Meisje vermoord op ‘t Zandje

De Surinaamse Maitrie Koeldiep (7) wordt vermoord gevonden onder een bos takken in het duingebied ‘t Zandje bij Den Haag, waar zij op schoolreisje was. Zij is -mogelijk met een heggeschaar- doodgestoken.

Update
De labiele plantsoenarbeider Harke J. (22) wordt gearresteerd en bekend verklaart in een vlaag van verstandsverbijstering ‘iets kleins en iets bruins te hebben gestoken en geknepen’.

Ter zitting trekt de man de verklaring in, en volgens zijn advocaat Mr. Spong zou de dyslectische man door de politie op woorden zijn gevangen. Een ander vreemd aspect aan de zaak is dat de politie nooit enig bloed- of vezelspoor bij de verdachte heeft kunnen vinden, terwijl hij ruw op het meisje heeft moeten inhakken.

Harke J. wordt op 17 februari 1981 veroordeeld tot tbr (wat later tbs heet). In hoger beroep, bevestigt het Haagse hof bevestigt op 9 juni 1981 het vonnis van de rechtbank. Harke J. komt vervolgens voor behandeling terecht in de dr. H. van der Hoevenkliniek in Utrecht.

Begin 1984 bekent de psychotische broer van Harke J. plotseling de moord. Advocaat Spong begint een herzieningsprocedure bij de Hoge Raad, en op 28 februari 1984  hecht de Hoge Raad waarde aan de bekentenis van de psychotische broer van Harke J., en schorst met onmiddellijke ingang de tbr, en verwijst de zaak terug naar het hof in Amsterdam, waar de moord op Maitrie Koeldiep opnieuw moet worden behandeld. Harke J. die zo gevaarlijk was dat hij geboeid en met een broekstok werd afgeleverd, kon een moment later  zo het Paleis van Justitie uitwandelen.

Dat de verklaring van de broer op niets is gebaseerd, blijkt al enkele maanden later. De broer die in de Haagse Ursula-kliniek van zijn psychose herstelt, trekt zijn bekentenis in, waarop het Amsterdamse hof op 8 november 1984 oordeelt dat het eerste vonnis gehandhaafd moet blijven. De procureur-generaal uit bij die gelegenheid forse kritiek op de beslissing van de Hoge Raad, de voor kindermoord veroordeelde man te laten gaan op basis van een verklaring van een psychotische man, terwijl de inhoud van de verklaring niet overeenkomt met het aangeleverde feitenmateriaal.

Harke J. moet dus weer terug naar een tbr-kliniek, maar justitie onderneemt vooralsnog geen stappen. Advocaat Spong gaat namelijk tegen het vonnis van het hof in cassatie bij de Hoge Raad, en justitie wil geen tweede keer meemaken, dat ze een tbr-gestelde moet laten gaan. Eerst zekerheid, aldus een ambtenaar van justitie die zegt dat men op het departement de handelwijze van de Hoge Raad als ‘bijna traumatisch’ heeft ervaren.

Op 24 september 1985 verwerpt de Hoge Raad de cassatie van Spong, en niets staat de opname van Harke J. dan nog in de weg. Maar weer blijft het stil. Harke J. zit thuis feitelijk te wachten, totdat hij wordt opgehaald, zegt een hulpverlener, die hem in die tijd van dichtbij heeft meegemaakt. Maar justitie laat zich niet horen.

Pas begin december van dat jaar vraagt het ministerie de Amsterdamse procureur-generaal er zorg voor te dragen dat de man wordt overgebracht naar het selectiecentrum van justitie in Utrecht – tegenwoordig het dr. F. S. Meijersinstituut – waar moet worden bekeken voor welk type kliniek de terbeschikkinggestelde in aanmerking komt. Maar tussen Amsterdam – dat door tussenkomst van de Hoge raad formeel verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de TBR- maatregel – en Den Haag – dat de zaak feitelijk heeft behandeld – ontstaat een discussie, wie nu moet zorgen dat de plantsoenarbeider weer wordt opgenomen.

Justitie, ervan uitgaande dat de man zal worden opgenomen, vraagt op 11 december 1985 het selectiecentrum om een plaatsingsadvies voor de plantsoenarbeider. De geneesheer-directeur van het selectiecentrum stuurt op zijn beurt weer een brief aan de Haagse reclasseringsambtenaar A. Wagenaar-De Boer, die de voor kindermoord veroordeelde man de bijna twee jaar dat hij ten onrechte vrij is, heeft begeleid. De geneesheer-directeur vraagt Wagenaar-De Boer hoe het de man is vergaan.

Zij schrijft hem dat als de periode waarin de man in vrijheid was, een formeel proefverlof was geweest, er sprake is van een ‘reuze geslaagd’ verlof. De man is in die tijd ook niet in aanraking met justitie is geweest. Zònder dat het selectiecentrum de man heeft gezien of gesproken – laat staan psychiatrisch heeft onderzocht zoals justitie had verzocht – adviseert de geneesheer-directeur de man niet meer in een kliniek te plaatsen, maar zijn vrijheid om te zetten in een formeel proefverlof. En dit op basis van de waarneming van een reclasseringsmedewerker die geen oordeel kan en mag vellen over de psychische toestand waarin een tbr-patiënt verkeert.

Maar wat nog meer opvalt, is het feit dat het selectiecentrum voor het advies aan justitie géén contact heeft gezocht met de Utrechtse Van der Hoevenkliniek, die begin jaren tachtig immers met de behandeling van de man was begonnen, totdat hij moest worden vrijgelaten. Dan had J. R. Niemantsverdriet – toen medewerker, nu directielid – hebben kunnen meedelen, dat Harke J. ‘beslist niet was afbehandeld’ op het moment dat hij van de Hoge Raad mocht gaan.

De minister van justitie Korthals Altes – die verantwoordelijk is voor de tbr-gestelden – volgt begin 1986 het advies van het selectiecentrum en geeft toestemming voor een formeel proefverlof.

Eind maart 1986 dreigt de tbr van Harke J. af te lopen. De Haagse procureur-generaal mr. H. Feber vordert verlenging en die wordt voor de duur van één jaar toegewezen. Het jaar daarop staat Feber weer bij de rechter, en al mag hij zich niet bemoeien met de vraag of de man in een inrichting thuishoort, vordert hij opnieuw verlenging van de maatregel. Maar die wordt afgewezen, vanwege het advies van het Meijersinstituut en de reclassering, die voor stopzetting zijn. Harke J. is op 26 februari 1987 weer vrij man.

Toch gaat het fout: In 1990 wordt Harke J. wél weer veroordeeld na ontucht met o.a. zijn eigen dochtertje.

Op 24 november 1994 wordt echter Felicita Oostdam vermoord gevonden op een volkstuincomplex in Den Haag, Harke J. (36) wordt aanvankelijk veroordeeld tot levenslang. In hoger beroep wordt dat echter 14 jaar en TBS.

Advertisements