Eddy de Kroes nog steeds niet achter de tralies

Vleesfraudeur Eddy de Kroes hoeft zijn rechtmatige straf van achttien maanden voorlopig nog niet uit te zitten. Vandaag maakte voorzieningenrechter R.J. Paris op het gerechtshof in Den Haag het vonnis openbaar waarin het Ministerie van Justitie (de Staat) in het ongelijk wordt gesteld. De uitspraak volgt meer dan zes maanden na de eerste zitting van het kort geding van De Kroes tegen de Staat.

Het Openbaar Ministerie werd naar aanleiding van een artikel in Quote over het duistere verleden van De Kroes vorig jaar augustus even wakker geschud. In het bewuste artikel werd aangetoond dat De Kroes – ondanks het feit dat hij in 1986 tot twee jaar celstraf was veroordeeld – nooit een dag van deze straf had uitgezeten. De oude huisvriend van de familie De Kroes – Aad Dingjan – verklaarde in het stuk dat hij met iemand bij justitie had kunnen regelen dat De Kroes niet langer vervolgd werd. De verjaringstermijn van de opgelegde straf bleek bovendien nog niet te zijn verlopen, waarop het OM in actie kwam en De Kroes door een arrestatieteam van de straat werd geplukt.

Een week na zijn arrestatie kwam De Kroes weer op vrije voeten toen deze in het kort geding tegen De Staat een uit 1992 stammende brief produceerde waarin Officier van Justitie Hans Vos hem van strafvervolging had ontslagen. De Staat stelde dat de briefschrijver – Hans Vos – onbevoegd was en de brief in strijd met de wet was geschreven. Maar in het tussenvonnis van 8 september besliste de rechter dat De Kroes voorlopig naar huis toe mocht.

De Staat stelde een onderzoek in naar de gang van zaken rond het strafdossier De Kroes. Tot twee maal toe verzocht de Staat tot aanhouding van de zaak omdat ze meer tijd nodig hadden voor het onderzoek. Het onderzoek bracht geen belastende feiten tegen De Kroes aan het licht. Een van de meest opzienbarende resultaten was de verklaring van Hans Vos dat het ontwettig gratiëren van veroordeelden begin jaren negentig een veelvoorkomende handeling was. Deze uitspraak herhaalde hij op de zitting van twee weken geleden.

In die zitting probeerde landsadvocaat Heemskerk in zijn pleidooi de grote onwaarschijnlijkheid van De Kroes’ onwetendheid over de herkomst van de brief aan te tonen. Die onwetendheid is voor de zaak van De Kroes van het grootste belang. Als De Kroes wel aantoonbaar van de zeer troebele herkomst van de brief zou hebben geweten, dan had hij zich niet op het vertrouwensbeginsel kunnen beroepen. Volgens de rechter heeft de Staat echter niet aan kunnen tonen dat de veroordeelde fraudeur kennis had van de onbevoegde positie van Vos en zijn onwettige handeling: het schrijven van de brief die hem tot de dag van vandaag uit de cel weet te houden.

Advertisements