Strafzaak Ina Post moet terug naar de rechter volgens CEAS

AMSTERDAM – De politie en het Openbaar Ministerie hebben grote fouten gemaakt in de zaak-Ina Post. De Hoge Raad moet opnieuw kijken naar de veroordeling van Post (52) voor doodslag in 1986. Heropening van haar strafzaak is mogelijk omdat er nieuwe informatie is. Dat heeft de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) woensdag geadviseerd.

Volgens de commissie werkte de politie tijdens het onderzoek naar de dood van Anna Maria Kolstee (89) met verkeerde aannames. De grootste fout is dat de recherche – op grond van een getuigenverklaring – dacht dat Kolstee rond zes uur ’s avonds is gestorven.

Informatie van een rechercheur die de lichaamstemperatuur van Kolstee opnam, drong niet door tot het politieteam. Volgens hem was het slachtoffer twee tot drie uur eerder overleden. Hij had gelijk, stelt de commissie.

Dat heeft grote gevolgen: alibi’s kloppen niet meer, andere getuigen komen in beeld en de bekentenis van Post lijkt onjuist.

Post was één van de bejaardenverzorgsters van Kolstee. Ze kwam in beeld omdat haar handschrift op enkele (veel voorkomende) kenmerken overeenkwam met de handtekening op cheques die waren gestolen van het slachtoffer. De politie trok hieruit de ‘ongenuanceerde’ conclusie dat zij de hoofdverdachte was.

Post heeft zes jaar celstraf uitgezeten. Ze houdt vol dat ze onschuldig is en dat ze onder druk een valse bekentenis heeft afgelegd.

De commissie stelt dat Post veel feiten heeft bekend die aantoonbaar onjuist zijn. Zij beweerde destijds dat ze Kolstee heeft geslagen met een stok, maar daar is geen spoor van te vinden. De politie had zulke feiten moeten controleren.

Een deel van de informatie die in het voordeel van Post pleit, zat niet in het dossier. De rechter wist niet dat in 1984 in dezelfde flat een andere bewoonster onder verdachte omstandigheden is gestorven. Op van haar gestolen cheques stond dezelfde handtekening. Toen de politie in 1986 ontdekte dat Post deze vrouw niet had gedood, werd dit onderzoek stopgezet en slechts summier vermeld in het dossier. Dat getuigen Post niet herkenden, bleef onvermeld.

Andere informatie in het dossier is onjuist. Zo beweerde de politie ten onrechte dat cheques van Kolstee waren gevonden bij Post.

Tineke Cleiren, lid van de CEAS, stelt dat het nieuwe feit (de lichaamstemperatuur) tot vrijspraak zou hebben geleid als de rechter het had geweten. De Hoge Raad beslist over enkele maanden of de zaak wordt heropend.

Post en haar advocaat Geert-Jan Knoops zijn blij met het rapport, dat zou aantonen dat sprake is van een dwaling. Die kan eindelijk worden rechtgezet, denken ze.

Zie ook de misdaadjournalist over de zaak en een persbericht van het OM

Advertisements