Zaak Ina Post moet over

ina-post De Hoge Raad heeft vandaag bepaald dat de zaak Ina Post (foto) moet worden heropend.

Post werd in 1987 door het hof van Den Haag veroordeeld tot zes jaar celstraf voor de moord op de bejaarde mevrouw Anna Maria Kolstee-Sluiter in een verzorgingshuis in Leidschendam.

Het hof achtte bewezen dat Post haar slachtoffer had gewurgd en haar kascheques had verzilverd. Gaandeweg kwam er echter steeds meer twijfel, zo zou de handtekening op de cheques niet van Post zijn en werd er geen verband gelegd met een eerdere inbraak in het bejaardentehuis waarbij checques gestolen werden(en vermoedelijk een moord gepleegd op mevrouw Veira-Lee (76) in aug. 1984)*

Het enige bewijs tegen Post was haar eigen –later ingetrokken- duidelijk niet kloppende bekentenis die zij onder hevige druk aflegde. De politie was bij haar terecht gekomen omdat ze bij de schrijfproef, waarbij het handschrift van alle personeelsleden werd vergeleken met een paar cheques die na de dood van de weduwe waren geïncasseerd, opviel door haar zenuwachtigheid. Zij werd vervolgens gearresteerd en aan een gruwelijk verhoor onderworpen.

De Hoge Raad volgt nu met haar besluit het advies van 21 april 2009 van advocaat-generaal W. Vellinga van de Hoge Raad.

Op basis van nieuwe feiten denkt Vellinga dat zij destijds vrijgesproken had kunnen worden, als de nieuwe informatie toen bekend was geweest.

Vellinga bevestigde daarmee in april de eerdere conclusie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) van 19 maart 2008, dat het bejaarde slachtoffer enkele uren eerder is overleden dan het tijdstip dat Post in een vroege bekentenis noemde. Overigens heeft zij die verklaring later ingetrokken.

Bovendien is het in tegenstelling tot de ingetrokken verklaring niet mogelijk om iemand met één hand met behulp van een elektriciteitssnoer te wurgen. Gezien deze twee nieuwe feiten vindt Vellinga dat een nieuw gerechtshof de zaak opnieuw moet beoordelen.

Volgens het onderzoeksteam van de CEAS had de officier van justitie destijds moeten zien dat er lucht zat tussen de bekentenis en het werkelijke tijdstip van overlijden. (Dat zal hij wel gezien hebben maar hebben weggewuifd.)

Ook heeft de aanklager volgens de CEAS zijn taak verzuimd om deze onvolledigheden en tegenstrijdigheden te corrigeren of open aan de rechter voor te leggen.

Daarbij vervalste de politie ook nog eens een keer bewijzen.

Weer een gevalletje ‘gerechtelijke dwaling’ waarvan Donner maar steeds volhoudt dat het ‘een incident’ betreft. Mag er nu eens een aanklager de cel in voor dit soort opzettelijke wanprestaties?

*Uit het boek: Wanneer de waarheid…: het ware verhaal over Ina Post, Door D. Gosewehr & H. Timmerman