Geert B. al eerder in beeld

Geert B., die na een dna-match verantwoordelijk wordt gehouden voor de lustmoord op Semiha Metin (8) uit Deventer in 1991, blijkt medio jaren negentig ook al in verband te zijn gebracht met een ontuchtzaak. Dat is in strijd met beweringen van justitie, die bekendmaakte dat Geert B. pas in 2006 opnieuw in beeld kwam.

Bjorn Smidt vertrouwde in 1996 zijn vroegere buurman Geert B. al voor geen cent toen die aanbood op zijn zoontje te passen.

Smidt, die circa zes jaar naast B. aan de IJsselstraat in Enschede woonde, zegt hierover: “Hij bood meermalen aan op ons zoontje te passen, maar we hebben altijd de boot afgehouden. Via mijn werk in de jeugdzorg heb ik ervaring met ontuchtplegers en ik vertrouwde hem niet.”

Volgens Smidt kreeg hij destijds zedenrechercheurs aan de deur. “Ze stelden vragen over B. Mochten er inhoudelijk niets over zeggen. Het enige wat ze kwijt wilden, was: ‘Er loopt iets’. Verder kregen we het advies ons zoontje bij hem weg te houden. In die tijd paste hij regelmatig op een buurmeisje uit de flat, maar na het bezoek van de rechercheurs was dat voorbij. Waar ik me mateloos aan erger, is dat justitie beweert dat hij pas in 2006 voor het eerst weer in beeld zou zijn gekomen. Maar rond 1996 speelde er dus ook al iets.”

Smidt vindt dat de nieuwste ontuchtzaak, waarbij G. wordt verdacht van verkrachting van een driejarig buurmeisje, had kunnen worden voorkomen. “In 2006 is B. immers opgepakt wegens het bezit van kinderporno. Waarom is toen niet de koppeling gemaakt met de zaak die rond 1996 speelde? Er moet toch iets over terug te vinden zijn in de politiecomputers?”

Volgens de Twentse politiewoordvoerder Derk van ‘t Spijker is het niet eenvoudig via koppeling van bestanden het strafdossier van een verdachte te checken: “Al komen de computersystemen wel steeds dichter bij elkaar te liggen.” Persofficier mr. Patricia van der Valk van het OM Almelo meldt dat in het onderzoek naar B. ook wordt onderzocht of hij meer op zijn geweten heeft.