Politie onderzoekt hardrijdende flitsteams

Het Korps landelijke politiediensten (KLPD) stelt een intern onderzoek in naar agenten die zich hebben misdragen op de weg. Het gaat om medewerkers die zich bezighielden met mobiele snelheidscontroles. Uit camerabeelden van Peter R. de Vries blijkt dat een onbekend aantal agenten na hun werkzaamheden veel te hard reed, doorgetrokken strepen negeerde en bumperkleefde.

Volgens een woordvoerder van het KLPD kunnen de overtredingen „echt niet”. Acht jaar geleden filmde De Vries ook al politiewagens die veel te hard reden. „We hebben het er toen over gehad hoe we dit in de toekomst konden voorkomen, maar die maatregelen zijn kennelijk niet genoeg”, aldus de zegsman. „Misschien helpen technische maatregelen, zoals een snelheidsbegrenzer of een blackbox.”

Met de betrokken agenten is inmiddels een gesprek gevoerd. Het Openbaar Ministerie wacht eerst het interne onderzoek van bureau integriteit van de politie af, zegt een woordvoerder van het OM. Afhankelijk van de uitkomst hiervan kijkt justitie of het ook strafrechtelijk gaat optreden tegen de betrokken politiemensen.

Vrouw verdacht van moord op zoontje

In Rotterdam is een vrouw (46) aangehouden op verdenking in 2004 in Rotterdam haar 3-jarige zoontje om het leven te hebben gebracht.

Het kind werd vijf jaar geleden dood gevonden in zijn bed. Op dat moment waren alleen de ouders in de woning aanwezig. Het Nederlands Forensisch Instituut verrichte sectie op het lichaam van het slachtoffer, maar kon niet vaststellen hoe het kind om het leven was gebracht.

Een speciaal team van de politie dat zich buigt over oude, onopgeloste moordzaken heeft de zaak opnieuw onderzocht. Uit dat onderzoek blijkt volgens de politie dat het jongetje om het leven is gebracht door verstikking.

De vrouw wordt vandaag voorgeleid aan de rechter-commissaris.

Zal nog een moeilijke zaak worden als 5 jaar geleden de doodsoorzaak al niet aangetoond kon worden.
Als nu ‘uit onderzoek blijkt’ dat de jongen door verstikking is omgekomen, dan is óf vijf jaar geleden grandioos geblunderd, of de politie ziet nu dingen die er niet zijn.

Jongen vervolgd voor aanhouden inbreker

Dat de Nederlandse wet en de uitvoering daarvan door en door verrot is blijkt maar weer uit het verhaal van Tim (nu 17) die wordt aangeklaagd voor ‘mishandelen’ van een inbreker en het toebrengen van ‘zwaar lichamelijk letsel’.

In de nacht van 4 op 5 juli werden Tim en zijn vriend die op dat moment alleen thuis waren, in hun slaap gestoord door gestommel in de tuin. Toen ze naar buiten keken, zagen ze een inbreker met een zaklamp in het schuurtje waar de fietsen en tuinspullen staan. Tim aarzelde geen moment en zei tegen zijn vriend: „Bel jij de politie, dan hou ik hem vast.” De inbreker was Ben G. (47).

Maar zo gemakkelijk ging het nu ook weer niet. „Ik kreeg een vuistslag in mijn gezicht”, zo verklaarde Tim later tegenover de politie. „In een reactie heb ik een klap teruggegeven, volgens mij ook in het gezicht, maar het ging niet hard. Hij (de inbreker) wilde alleen maar vluchten. Op een gegeven moment lukte het hem om zich van mij los te maken en rende hij weg. Toen kwam mijn vriend zijn kant op en bleef hij staan. We hebben hem vervolgens vastgepakt en tegen een muur gezet. Ik heb hem gezegd dat hij moest blijven wachten totdat de politie arriveerde. Mijn vriend had al contact gehad met de politie en ik zei tegen de inbreker dat hij zich niet mocht bewegen.”

„Hij bleef maar proberen om weg te komen”, zo verklaarde Tim. „Mijn vriend is toen bij hem blijven staan en ik heb een honkbalknuppel van mijn broertje (speelgoedexemplaar van Bart Smit) en een hockeystick gepakt. Ik heb hockeysticks in de hal liggen omdat ik hockey speel. De honkbalknuppel was van hout, de hockeystick heb ik aan mijn vriend gegeven. Mijn doel was om de inbreker af te schrikken zodat hij mij niet meer kon slaan of weg kon komen. Ik was bang dat hij een mes bij zich zou hebben en ik hoopte dat de hockeystick genoeg indruk op hem maakte. Ik bleef hem maar waarschuwen dat ik hem ging slaan als hij mijn kant op bleef komen. Ik heb het hem wel vijftien keer gezegd.”

„Op het moment dat hij voor mijn gevoel te dicht bij me kwam, heb ik hem een klap gegeven met de honkbalknuppel. Ik heb hem op zijn bovenbeen geslagen zodat hij zou gaan zitten. Ik heb hem één klap gegeven en ik hoorde dat hij ‘au’ riep en toen ging hij inderdaad zitten. Ik was nog heel boos omdat hij steeds zei dat hij niet had ingebroken, maar dat Marokkanen dit hadden gedaan. Maar ik had zelf gezien dat hij aan het inbreken was…”

Tim maakte daarna naar eigen zeggen nog wel bewegingen met de honkbalknuppel, maar hij heeft de inbreker, aldus zijn verklaring, niet meer geraakt. Tim ontkent met klem dat hij de inbreker, zoals die later zelf zou verklaren, meerdere keren met de knuppel heeft geslagen, laat staan dat hij daarbij het hoofd van Ben G. zou hebben geraakt. Tim: „Ik zag dat hij weer rustig werd en ik heb brood en water voor de man gehaald. Ik heb hem gezegd dat hij dit kreeg als hij rustig bleef en dat deed hij…”

Tim heeft geen spijt van zijn actie: „Hij heeft mij als eerste geslagen, dus hij wilde de confrontatie aangaan.”

Ben G. deed, nadat hij door de politie was ’bevrijd’, aangifte tegen Tim. De inbreker zegt dat de jongen hem heeft geschopt en geslagen met de honkbalknuppel. Een arts, die hem later die nacht onderzocht, stelde wat zwellingen vast, maar geen botbreuken.

Binnenkort moet Tim zich voor de rechter verantwoorden. Zijn advocaat, mr. Emma Hoffman van Cleerdin & Hamer Advocaten in Almere, zegt dat haar cliënt puur handelde uit noodweer om zichzelf te kunnen verdedigen. Zij vindt dat Tim ontslagen moet worden van rechtsvervolging. „De zaak is de wereld op z’n kop: iemand die zijn goederen verdedigt tegen een inbreker, wordt nu vervolgd”, aldus de advocaat.

Ben G. is door de advocate van Tim als getuige opgeroepen, maar is onvindbaar omdat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft…

Het openbaar ministerie blijft erbij dat Tim zich voor de rechter moet verantwoorden. Volgens justitie heeft hij Ben. G. „opzettelijk” zwaar lichamelijk letsel toegebracht. Tim: „Ik vind het maar vreemd, ik heb toch niets verkeerds gedaan?”

Ze zijn echt volledig gestoord bij justitie.

Update 20 november 2009De rechtbank heeft Tim veroordeeld tot 250 euro voorwaardelijke boete. De rechter erkende weliswaar zijn recht op zelfverdediging maar vond de klap met de (plastic) knuppel (tegen het been) ‘te ver’ gaan.

Verdachte van roofmoord Jack Waterman op vrije voeten

Moustafa el J. (20), één van de verdachten van de roofmoord op de Amsterdamse juwelenhandelaar Jack Waterman is voorlopig op vrije voeten. De rechtbank in Amsterdam bepaalde vandaag tijdens een pro-formazitting dat er op dit moment tegen hem niet genoeg verdenkingen bestaan om hem langer in voorarrest te houden. Hij blijft wel verdachte.

Twee andere verdachten, Khalid B. (23) en Winston P. (30), moesten vandaag ook voor de rechter verschijnen. Zij blijven wel vastzitten. Justitie verdenkt nog vier andere mannen van betrokkenheid bij de overval.

In de nacht van 22 op 23 maart vielen volgens het Openbaar Ministerie (OM) enkele mannen via de balkondeur het huis van Waterman binnen. Zij namen een grote hoeveelheid geld en sieraden mee. Bij de overval werd Waterman geschopt, geslagen en met een schroevendraaier gestoken. Hij overleed ter plekke.

De vrouw van Waterman was tijdens de overval ook in de woning. Zij verklaarde bij de politie dat drie mannen de woning binnenkwamen. De rol van de andere verdachten is nog niet precies duidelijk. Volgens justitie belden de verdachten in de nacht van de overval meerdere keren met elkaar via hun mobiele telefoon.

Na de overval vluchtten de mannen weg in een gehuurde auto. De politie kreeg de mannen in het vizier, maar na een wilde achtervolging door de stad wisten ze te ontsnappen. Agenten wisten uiteindelijk verdachte B. aan te houden terwijl hij in het bezit was van een tas met juwelen. Ook zou op zijn kleren een bloedspoor van Waterman zijn gevonden. B. heeft zelf verklaard alleen de chauffeur van de groep te zijn geweest.

Wanneer de zaak tegen de zeven verdachten inhoudelijk wordt behandeld, is nog niet duidelijk. Volgens een woordvoerder van het OM is het goed denkbaar dat alle verdachten over enige tijd in een groot proces tegelijk voor de rechter moeten verschijnen.

Opnieuw mensenhandelaar tijdens verlof gevlucht

Een gevangene die tot 4 jaar cel is veroordeeld wegens mensenhandel heeft afgelopen weekend tijdens zijn verlof de benen genomen. Hij keerde niet terug van weekendverlof en is sindsdien voortvluchtig. De veroordeelde moet nog tot september volgend jaar zitten.

Dat heeft minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie vandaag gezegd tijdens een overleg in de Tweede Kamer. Hij noemde de feiten waarvoor de man is veroordeeld „behoorlijk ernstig”.

Volgens de minister is verzuimd het Openbaar Ministerie (OM) te vragen of verlof in dit geval wel verstandig was. Het OM zou dan hebben geadviseerd de gevangene niet met verlof te laten gaan vanwege de ernst van de daden waarvoor hij veroordeeld is, aldus de bewindsman.

Justitie zoekt momenteel uit wat er precies is misgegaan rond het verlof van de mensenhandelaar. Als blijkt dat er een weeffout zit in de manier waarop verlof wordt verleend, zal Hirsch Ballin de werkwijze laten aanpassen. „Dit mag niet gebeuren”, zei de minister over het voorval.

Het is onbekend in welke gevangenis de man zat.

Eis achttien jaar cel voor moord

Mohamed B. (32) uit Alkmaar heeft donderdag 18 jaar cel tegen zich horen eisen voor de moord op William Liefting (57) in Oudorp (gemeente Alkmaar) en de poging tot zware mishandeling van een medewerkster van de penitentiaire inrichting waar hij na zijn aanhouding verbleef.

B. gaf zichzelf op 3 februari aan bij de politie met de mededeling dat hij Liefting in diens woning uit noodweer had vermoord omdat die hem seksueel wilde misbruiken. Hij zou het slachtoffer hebben bezocht om belastingpapieren te laten invullen, maar justitie zegt aanwijzingen te hebben dat B. de woning is binnengedrongen. Uit sectie is gebleken dat Liefting zo’n 35 keer is gestoken. Bovendien is, toen hij op de grond lag, zijn keel doorgesneden en zijn hart doorboord.

Justitie gelooft niet dat sprake is geweest van noodweer, zoals B. betoogt. Het slachtoffer en B. kenden elkaar al jaren. Gedurende die periode zou de langdurig verslaafde B. in ruil voor geld seks met Liefting hebben gehad. Ook waren er volgens justitie al verschillende malen ruzies tussen de twee.

B. wordt verder verdacht van een poging tot zware mishandeling van een medewerkster van de PI, op 27 maart 2009. De medewerkster zou zich discriminerend hebben uitgelaten over de verdachte, waarop hij haar vanuit het niets aanviel toen hij mocht luchten. Van discriminatie is evenwel uit onderzoek niets gebleken.

De rechtbank doet 12 november uitspraak. (Het werd 10 jaar en TBS)

Vechtpartij in rechtbank Amsterdam

De parketpolitie heeft vandaag in de rechtbank in Amsterdam twee broers aangehouden. Een van hen viel de man aan die ervan wordt verdacht zijn vader te hebben doodgeschoten. Het is onduidelijk of de andere man zijn broer wilde tegenhouden of de verdachte ook te lijf wilde gaan. De parketpolitie wist de twee snel te overmeesteren.

Verdachte Mohamed R. (43) stond terecht omdat hij in 1996 in Amsterdam een 33-jarige man zou hebben doodgeschoten. Twee weken eerder zou hij meerdere bewoners van het kraakpand waarin hij zelf ook woonde, hebben verwond. Daarna zou hij het gebouw in brand hebben gestoken.

Het Openbaar Ministerie eiste een celstraf van 20 jaar. Volgens de officier van justitie is hij schuldig aan onder meer moord, poging tot doodslag en brandstichting. Zij vertelde dat zij 30 jaar had geëist als dat in 1996 wettelijk mogelijk was geweest.

R. was illegaal in het land en dealde volgens justitie in drugs. Hij woonde in een kraakpand aan de Keizersgracht. Op 27 april 1996 kreeg hij ruzie met andere bewoners over een vrouw met wie hij een relatie had. Hij zou een van hen hebben geprobeerd te wurgen, anderen zou hij met een mes of een bijl hebben verwond. Hij zou het pand bovendien in brand hebben gestoken, waardoor het deels afbrandde.

Anderhalve week later – op 8 mei – zou hij iemand hebben doodgeschoten. Dat zou buiten een café zijn gebeurd, nadat een groep mannen ruzie had gekregen.

R. sloeg vervolgens volgens justitie op de vlucht. Naar later bleek ging hij naar Spanje, waar de rechtbank hem veroordeelde tot 10 jaar celstraf wegens een ander misdrijf. Vlak nadat hij vrijkwam, liep hij tegen de lamp. Toen hij een identiteitsbewijs aanvroeg en daarvoor een vingerafdruk moest achterlaten, bleek dat de Nederlandse autoriteiten hem zochten.