Onderzoek meineed ex-rechter Westenberg

De rijksrecherche gaat onderzoek doen naar mogelijk strafbare feiten gepleegd door rechter Hans Westenberg van de Haagse rechtbank. Aanleiding is een aangifte van meineed en valsheid in geschrifte tegen de rechter, die inmiddels niet meer als zodanig werkt. Dat meldde het Openbaar Ministerie (OM) in Utrecht dinsdag.

De zaak vloeit voor uit de zogeheten Chipsholzaak, zo zei een woordvoerster van het OM. De Chipshol-zaak betreft een conflict tussen projectontwikkelaar Chipshol en de luchthaven Schiphol over een bouwproject.

De aangifte werd 19 oktober vorig jaar gedaan in Den Haag door Jan Poot. Vanwege de onpartijdigheid ging de zaak naar Utrecht. Na bestudering van de aangifte is besloten tot het onderzoek, dat geruime tijd gaat duren.

Chipshol-advocaat Hugo Smit beschuldigde Westenberg er in de Chipshol zaak van dat hij met betrokkenen bij de processen zou telefoneren om tot een bevredigend vonnis te komen. Een ongekend schandaal. Westenberg ontkende en spande tegen Smit een rechtszaak aan die jaren duurde. Op 23 juni vorig jaar oordeelde de hoogste Nederlandse rechtbank dat Westenberg inderdaad partijdig was en had gelogen. Hij had wel degelijk telefoontjes gepleegd. Daarop werd de rechter per 1 oktober met vervroegd pensioen gestuurd.

Uit onderzoek van professor Wiek Slagter, voormalig adviseur van Chipshol en emeritus hoogleraar economie, blijkt nu dat de rechtszaken die de liegende Westenberg aanspande financieel werden gedekt door de Raad voor de Rechtspraak. Eerder werd gedacht dat de inmiddels overleden miljonair Harry van Andel de advocatenkosten dekte – hij was de tegenpartij van Poot in een rechtszaak waarin Westenberg vonnis wees.

Dat blijkt niet het geval: de €150.000 aan advocatenkosten zijn opgehoest door de Raad. Dat is opmerkelijk. Uit de opstelling van de Raad blijkt dat ze al die tijd hebben geloofd in de onschuld van Westenberg terwijl juist alles erop wees dat er op zijn minst een luchtje aan de rechter zat. Slagter: ‘Het was dus niet meer een zaak van Westenberg tegen Smit, maar van de rechterlijke macht tegen Smit. Geen kleinigheid, zeker niet voor een advocaat, die zijn beroep in belangrijke mate bij die rechterlijke macht moet uitoefenen.’

Slagter vervolgt: ‘De vorderingen van Westenberg waren gebaseerd op de leugen “Ik heb niet gebeld”. Zonder financiering door de Raad had Westenberg nooit vijf jaar tegen advocaat Smit geprocedeerd. De Raad voor de Rechtspraak heeft daarmee zelf het vertrouwen in de rechtspraak geschaad. Het financieel steunen van een liegende rechter, om zijn straatje schoon te vegen, is precies wat de Raad niet behoort te doen. De Raad, die geacht wordt de rechtsstaat te dienen, wekt de schijn zich te hebben gedragen als een Raad die in zijn tegendeel is verkeerd: een Raad niet vóór maar tégen de rechtsstaat.’

Ook de werkgever van Westenberg, Rechtbank Den Haag, helpt haar voormalige collega graag financieel een handje. Omdat hij eerder met pensioen moest dreigde er een pensioengat te ontstaan. De Rechtbank was zo vriendelijk om dat financiële gat voor de helft uit haar eigen middelen te dempen

Advertisements