Lucia de Berk vrijgesproken

Verpleegster Lucia de Berk (48) is vandaag door het Hof in Arnhem vrijgesproken van de zeven moorden en drie moordpogingen waarvoor ze tot levenslange gevangenisstraf werd veroordeeld. Het Openbaar Ministerie (OM) vroeg vorige maand om vrijspraak.

De zaak tegen Lucia de Berk begon 8,5 jaar geleden met het overlijden van baby A. in het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag, waar De B. toen werkte. Het ziekenhuis gaf een verklaring van niet-natuurlijk overlijden af, waardoor het een zaak van justitie werd. De Berk werd in december 2001 opgepakt en zat bijna 6,5 jaar vast. Ze werd ervan verdacht dat ze patiënten ombracht met overdoses medicijnen. Vervolgens oordeelde de rechter dat ‘als ze baby A heeft vermoord dan zal ze ook wel de 6 andere naar voren gebrachte doden hebben vermoord’. Deze onzinbewering werd ‘stapelbewijs’ genoemd om het geheel nog een schijn van verantwoording te geven.

“Het rechtssysteem werkt”  zei persraadsheer Mia Roessingh van het gerechtshof in Arnhem vandaag naar aanleiding van de vrijspraak. Mogelijk, maar het heeft wel lang geduurd en iemands leven is kapot gemaakt.

Na haar ‘definitieve’ veroordeling in 2006 zijn vele onderzoeken gedaan. Onder andere werd het statistich bewijs in de zaak met de grond gelijk gemaakt. De Hoge Raad oordeelde in 2008 dat de zaak moest worden overgedaan omdat men was gaan twijfelen of de dood van baby A. wel onnatuurlijk was. Omdat in die zaak het bewijs als sterkste gold, stonden sindsdien ook de andere ‘moordzaken’ ter discussie. Het OM vindt nu dat niet bewezen kan worden dat de vermeende slachtoffers, die allen ernstig ziek waren, door menselijk handelen zijn overleden.

Uniek was dat Harm Brouwer, topbaas van justitie zijn excuses aanbood. Natuurlijk haastte hij zich ook om te verklaren dat er ‘geen fouten waren gemaakt’

Feiten uit het arrest:

  • Het verschil tussen medisch onverklaarbaar en medisch onverklaard overlijden. Het Hof Arnhem bekritiseert de steeds gebruikte term ‘medisch onverklaarbaar’, in rechtsoverweging 3.1.1. Daarmee werd steeds de suggestie gewekt dat er wel een externe oorzaak voor dat overlijden moest zijn. Terwijl ‘medisch onverklaarbaar’ alleen iets zegt over de stand van de medische wetenschap. Medisch ‘onverklaard’  zegt alleen iets over de diepgang van eventueel onderzoek naar overlijden. Dergelijk onderzoek wordt niet altijd verricht omdat plotseling ophouden met ademhalen weliswaar onverwacht is, maar niet verdacht hoeft te zijn.  Daarmee is het wel ‘onverklaard’, maar in beginsel niet onverklaarbaar.
  • Het is ‘wetenschappelijk niet verantwoord’ om zonder sectie (obductie)  onverwacht overlijden toe te schrijven aan menselijk handelen. (3.1.1) Zo’n sterfgeval is pas ‘medisch onverklaard’ als sectie geen verklaring opleverde. Van de zeven sterfgevallen die ten laste waren gelegd vond sectie slechts in twee gevallen plaats, 12 en 17 maanden na hun overlijden. Weliswaar kan opsporingsonderzoek ook leiden tot aanwijzingen van strafbaar handelen. Maar dat bewijs moet dan wel ‘extra kritisch’ worden onderzocht als de medische evidentie ontbreekt.
  • Cirkelredeneringen liggen op de loer. In r.o. 3.1.2 zegt het Hof dat de dagboekfragmenten van de verdachte zijn geïnterpreteerd vanuit de aanname dat ze schuldig is. ‘In wezen geeft dan een reeds bestaande overtuiging invulling aan het bewijsmiddel en dat is niet de in de strafrechtspleging voorgestane volgorde.’ Allerlei op zichzelf ‘niet draagkrachtige feiten’ of omstandigheden kunnen elkaar dan versterken waardoor er vanzelf een geloofwaardige bewijsconstructie uit rolt. In één geval werden de dagboekfragmenten vier jaar na een onverklaard overlijden gebruikt om zo een verdenking te construeren. Feitelijk is er bij geen enkel feit sprake van een ‘zelfdragende bewezenverklaring’. Daarom is er ook geen sprake van ’schakelbewijs’ omdat er niet eens schakels zijn. En “Zonder schakels kan nu eenmaal geen ketting worden gemaakt (3.1.3).
  • Patiënt 1 is natuurlijk overleden. Geen misdrijf: ‘nog minder aannemelijk is opzet’. ( 3.2.1)
  • De slechte toestand van patiënt 2 is niet het gevolg van menselijk handelen of nalaten, ‘laat staan van de zijde van verdachte’. (3.2.2)
  • Patiënt 3: een misverstand rond het geven van medicatie is waarschijnlijk. Geen opzettelijke toediening van een overdosis ‘door wie dan ook’ (3.2.3).
  • Patiënt 4:  overleden door een combinatie van sedativa, in een ‘te korte tijd’ toegediend na een operatie aan een kwetsbare patiënt. Niet door de verdachte. Overlijden was medisch verklaarbaar. Verdachte merkte het alarm tijdig op en meldde het aan.
  • Patiënt 5: na sectie was er ‘geen enkele reden’ om een niet natuurlijke doodsoorzaak aan te nemen. Verdenking rustte louter op dagboekfragmenten. (3.2.5)
  • Patiënt 6, 7, 8 , 9 en 10: geen sectie verricht en dus geen basis om menselijk handelen als doodsoorzaak aan te nemen. “Ook uit het opsporingsonderzoek zijn geen feiten en omstandigheden gebleken, die grond zouden kunnen geven voor de gedachte aan een onnatuurlijke of zelfs criminele doodsoorzaak.” (3.2.6)

In een interview zegt Erik van den Emster, voorzitter van de Raad van de Rechtspraak:

‘Rechtspraak is niet onfeilbaar. De betrokken rechters hebben professioneel en integer gehandeld. Van sancties kan dan ook geen sprake zijn. In juridische zin heeft het systeem uiteindelijk gewerkt en is de fout gecorrigeerd.’

De rechters hebben echter helemaal niet professioneel en integer gehandeld, er was een aanname dat Lucia schuldig was en ze hebben alleen geluisterd naar belastende experts en de ontlastende experts genegeerd.

Volgens Advocaat Stein Franken is het voor een groot deel ‘beeldvorming’ geweest dat in deze zaak heeft meegespeeld.

    Advertisements