Uitspraak: 4 jaar en TBS in Scheveningse ontvoeringszaak.

Dennie M.

Dennie M. (27) is door het Hof in Den Haag veroordeeld tot 4 jaar cel, TBS met dwangverpleging en 18 maanden OBM (ontzegging rijbevoegdheid) voor de ontvoering en gijzeling van de jongen Lapré (15) uit Scheveningen op 30 december 2007 (LJN: BN0759). Dennie M. werd ook veroordeeld voor vuurwapenbezit. De overige verdachten zijn niet veroordeeld. M. heeft altijd zijn onschuld volgehouden. M. werd vrijgesproken van poging tot doodslag op agent Wils.

Lapré werd uit zijn huis gelokt en onder bedreiging met een vuurwapen op de Symonszlaan gedwongen in de kofferbak van een auto te gaan liggen. Op de Daal en Bergselaan werd hij in elkaar geslagen en achtergelaten.

Dennie M. is in cassatie gegaan tegen de TBS omdat deze gebaseerd werd op zeer oude rapporten. In de ontvoeringszaak heeft M. onderzoek in het Pieter Baan geweigerd. Uitspraak verwacht 17 januari 2012.

Update 31 januari 2012: De Hoge Raad vernietigd het vonnis gedeeltelijk en verwijst de zaak terug naar het Hof in Den Haag (LJN BU4214).

Afwijzing verzoek verdachte aanwezig te laten zijn bij het bekijken van videobanden van de verhoren van de aangever en een medeverdachte.
De Hoge Raad herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN ZD0832 en HR LJN AB9820. Het Hof heeft zijn oordeel dat kennisneming van de videobanden door verdachte inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen niet toereikend gemotiveerd.
V.z.v. het Hof aan zijn oordeel dat verdachte geen recht heeft op kennisneming van de videobanden mede ten grondslag heeft gelegd dat die banden geen processtukken betreffen, geeft dat oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Opmerking: Dat beginselen van een behoorlijke procesorde meebrengen dat aan de verdediging de kennisneming van video-opnamen niet mag worden onthouden, brengt niet mee dat die opnamen zonder meer als processtuk aan het procesdossier moeten worden toegevoegd.
In het dossier moeten worden gevoegd stukken die redelijkerwijs van belang kunnen zijn in voor de verdachte belastende of ontlastende zin. Betwist de verdediging de betrouwbaarheid of de rechtmatigheid van de verkrijging van bij de politie afgelegde verklaringen, dan behoren door de verdediging aan te duiden gedeelten van de opnamen die deze betwisting zouden kunnen ondersteunen, als redelijkerwijze van belang zijnde stukken in beginsel aan de processtukken te worden toegevoegd.