Nieuw licht in moord Maja van Vloten?

In de zaak van de moord op vluchtelingenwerkster Maja van Vloten (49) uit Groningen blijken politie en justitie een gewelddadige, Egyptische vrouwenhater te hebben vrijgelaten die hoogstwaarschijnlijk de ‘werkelijke’ moordenaar van de Groningse is.

In het donker vloog opeens iets op me af. Het schreeuwde niet, maakte geen enkel geluid. Een man, een vrouw, ik heb geen idee. We raakten in gevecht en ik stak met mijn mes. Twee, drie, hooguit vijf keer. Tenminste, zo is het in mijn hoofd gegaan. Maar of het ook écht is gebeurd, weet ik niet zeker meer.
Uit de verklaring van Karel van O.
Maja van Vloten werd in de nacht van 13 september 1994 in haar huis aan de Meeuwerderbaan met tientallen messteken omgebracht. Op 22 december 2005 werd Karel van Orden -een VN-veteraan uit Groningen- veroordeeld tot acht jaar cel, nadat hij zichzelf had aangegeven. De destijds dakloze Karel van Orden, bleef echter bij vage verklaringen, maar de politie legde waarschuwingen dat de man in de war was en mogelijk een schuldwaan had naast zich neer. Bovendien werd een bloedspoor onder tafel geveegd. Onlangs berichtte De Telegraaf op grond van onderzoek door oud-politiepsycholoog Harrie Timmerman dat van O. echter onschuldig lijkt te zijn en jarenlang onterecht achter tralies zat. Wie heeft de moord dan wel gepleegd? Justitie had in december 1994 al een potentiële dader in de cel. Egyptenaar Iman H. was  toen opgepakt op verdenking van de moord op Maja, maar kort erop vrijgelaten bij gebrek aan bewijs.

Van Iman H. is bekend dat hij vaker zeer gewelddadig was naar vrouwen. Zo mishandelde hij in het verleden een vriendin, viel hij haar aan met een mes en hield H. een andere vrouw met haar hoofd onder water. Vast staat ook dat H. Maja kende. H. was een cliënt geweest van de Groningse die als coördinatrice bij Vluchtelingenwerk werkte.

Advocaat Geert-Jan Knoops, raadsman van de onterecht veroordeelde veteraan Karel, wil dat gevonden bloedsporen opnieuw worden onderzocht en worden vergeleken met dna van Iman H. Knoops stuurt aan op een herziening in de zaak van Karel. “Na het recente artikel in De Telegraaf heeft de toenmalige zaaksofficier van justitie ons toegezegd dat wij het dossier van Egyptenaar H. mogen inzien. Dat is een positieve ontwikkeling, al blijft het een feit dat het openbaar ministerie vijf jaar geleden veel kritischer had moeten zijn ten opzichte van Karels bekentenis. Politie, justitie en rechtbank wisten dat zijn verklaringen totaal niet klopten met de forensische bewijzen.

Update 24 juni 2010: Inmiddels blijkt dat de Groningse recherche destijds in Karel de kans zag om maar gelijk wat andere onopgeloste moordzaken te sluiten door te pogen om Van Orden ook andere zaken te laten bekennen. Zo voerden rechercheurs de verwarde oud-militair tijdens een autorit mee naar het Van Brakelplein waar in 1997 psychologe Els Slurink was vermoord. Dat terwijl de politie toen al geweten moet hebben dat Van Ordens dna helemaal niet overeenkomt met het dader-dna dat onder Slurinks nagels was gevonden.

Ook werd Van Orden langs de Groningse tippelzone gevoerd in verband met de onopgeloste moord op Shirley Hereijgers en de verdwijning van Jolanda Meijer. Verder reden de agenten hem naar Zuidwolde waar in 1995 de bejaarde Anna Heemenga was omgebracht. “De rechercheurs vroegen me toen overal of ik die misdrijven ook meteen even kon bekennen”, herinnert Van Orden zich. “Maar dat heb ik niet gedaan. Ik had er niets mee te maken gehad.”

Het onderzoek had niets met waarheidsvinding maar alles met scoringsdrift te maken, bevestigt zijn advocaat mr. Geert-Jan Knoops. “Het getuigt eens te meer van tunnelvisie. In plaats van zulke ‘onderzoeken’ te doen hadden politie en justitie beter de zaak-Maja van Vloten technisch goed kunnen uitzoeken. Het OM moet toen al geweten hebben dat Van Ordens bekentenis vals was.” De advocaat gaat binnenkort een herzieningsprocedure aanspannen.

Libanonveteraan Karel van Orden meldde zich op vrijdag 26 augustus 2005 zomaar bij het bureau aan de Rademarkt. Karel zei “een moord te willen bekennen die tien tot vijftien jaar terug gebeurde”. Hij was in die tijd gokverslaafd, leidde een zwervend bestaan en vertelde dat het misdrijf zich “in de Oosterpoort bij het viaduct” had afgespeeld. In welke straat precies, wist hij niet.

Nog diezelfde avond concludeerde de politie Karel van Orden de moord op Maja van Vloten moest bedoelen. Karel werd ingesloten en in de dagen erna aan een vijftiental verhoren onderworpen. De recherche noemde zijn verklaringen ’consistent’. Maar toenmalig rechercheur Dick Gosewehr die het dossier kende, waarschuwde een collega bij het Groningse coldcaseteam destijds dat Karel de verkeerde was. ’Ik heb sterk de indruk dat er veel tijd besteed wordt aan de bekentenis van iemand die niet past in het daderprofiel in deze zaak’, mailde hij en stuurde vervolgens een analyse mee.

De waarschuwing stuitte op onbegrip, vertelt oud-politiepsycholoog Harrie Timmerman, die de moordzaak in het verleden eveneens had bestudeerd. “Gosewehr kreeg van de Groningse korpsleiding zelfs te verstaan dat hij zich gedeisd moest houden.” Een fragment uit die mail: ’Dit soort interventies wordt hier, hoe goed wellicht ook bedoeld, niet op prijs gesteld. De inmenging wordt ervaren als een motie van wantrouwen naar de collega’s.’ Politie en justitie veegden Gosewehrs bezwaren opzij en zetten de vervolging ijskoud door. Een maand later achtte de rechter de feiten bewezen en kreeg Karel acht jaar wegens doodslag.

Het is een raadsel hoe de rechters tot dit oordeel konden komen. Karel werd slechts veroordeeld op zijn eigen, rammelende bekentenis. Een verhaal dat geen greintje steun vindt in feiten, zoals de technische sporen op de plek van de moord. Oud-politiepsycholoog Timmerman onderzocht de feiten de afgelopen maanden tot op het bot. De uitkomsten zijn schokkend.

Vast staat dat Karel Maja niet eens kende, terwijl alles wijst op een moord door iemand uit haar omgeving. Karel had bovendien niet eens een auto, zijn rijbewijs was allang verlopen. Toen de Groninger in 2005 bij de politie moest aangeven waar hij de moord had gepleegd, wees hij vaag op een van de huizenblokken aan de Meeuwerderbaan. Maar de straatnaam wist hij niet.

In de eerste rechecheverhoren zei Karel die avond in 1994 een vrouw te hebben gezien die haar huisvuil buitenzette. Hij beweerde haar achterna te zijn gelopen waarop hij de vrouw in huis neerstak. Maar in de Meeuwerderbaan werd het vuilnis niet op woensdag, maar op vrijdag opgehaald. Bovendien is onlogisch dat Maja in het holst van de nacht in alleen een T-shirtje haar vuilnis versjouwde. In latere verhoren maakte Karel er dus maar iets anders van. In die versie stond volgens hem de voordeur van Maja’s huis open, was hij naar binnen gegaan en daar in gevecht geraakt. Onmogelijk, zegt Maja’s broer Johan van Vloten desgevraagd: „Mijn zus was een keurige vrouw die echt geen raar nachtleven had. Maja zou nooit gaan slapen terwijl haar deur nog openstond.”

Ook het tijdsverloop klopt niet. Volgens Karel gebeurde de moord ruim voor middernacht. Op dat moment was Maja echter nog bij Vluchtelingenwerk. Gezien getuigenverklaringen moet zij ’s nachts tussen één en half drie zijn omgebracht. Met Karels schetsen van Maja’s appartement is eveneens van alles mis. Zo plaatste hij deuren op plekken waar geen deuren zitten, situeerde hij de keuken verkeerd, klopte niets van de beschrijving van huisraad en stond Maja’s bed elders dan waar Karel het bedacht. De veteraan houdt verder vol dat er een computer in huis was. Maar Maja had helemaal geen pc.

Tijdens het misdrijf was het donker in het huis, beweerde Karel. Met geen woord repte hij over het brandende bedlampje dat Maja’s vriendin waarnam. Hij zei zelfs tegen de rechter dat hij niet wist of hij een man of vrouw had gedood. Met het licht van het lampje had hij dat moeten weten. Zelfs zijn beschrijving van de gruwelmoord, waar Karel overigens geen enkel motief voor had, snijdt geen hout. Cruciaal is zijn verklaring dat hij Maja twee, tot maximaal vijf keer in de hals stak, terwijl hij naar eigen zeggen op haar zat en Maja op haar rug lag. Er staat echter onomstotelijk vast dat de Groningse niet in haar hals, maar in haar rug en nek werd gestoken. Geen vijf keer, maar 26 keer. Verder lag de vrouw niet op haar rug, maar voorover en half op haar linkerzij toen zij stierf.

Saillant is dat het lichaam met allerlei kledingstukken was toegedekt, waar Karel nooit over sprak. Pas na enkele verhoren werd hem door agenten ingefluisterd dat er iets over Maja heen lag. “In een soort quizverhoor raadde Karel toen dat hij misschien een deken of kleding over Maja had gegooid. Zo’n rechercheonderzoek heeft dus echt niets te maken met waarheidsvinding”, aldus Timmerman.

Maar er is meer. Justitie heeft tijdens het strafproces vrijwel zeker belangrijk, voor Karel ontlastend bewijsmateriaal achtergehouden en weigert ook nu om het rapport van de technische recherche vrij te geven. “De rechter kreeg in 2005 niets te horen over een schoenzoolafdruk in bloed die bij de plaats delict is ontdekt. Hoewel Karel door de recherche is gevraagd welke schoenmaat hij heeft, wordt dit nergens in het dossier gekoppeld aan de aangetroffen zoolafdruk.” Is dit omdat de veteraan een heel andere schoenmaat heeft? Bewust verzwegen omdat Karel moest ’hangen’? Timmerman: “Er is geen andere conclusie mogelijk. Als de maat wel klopte, had justitie dat namelijk zeker als ondersteunend bewijs gebruikt.”

Wel werd tijdens het proces aangevoerd dat onder Maja’s lijk een stuk touw lag met dna van Karel. De Groninger heeft het nooit over touw gehad. En in tegenstelling tot wat justitie beweert, vormt het dna-spoor op het touw met slechts twee overeenkomende kenmerken bovendien allerminst hard bewijs. Ronduit stuitend is dat een ander, in bloed aangetroffen dna-spoor doodleuk onder tafel is gepoetst: dna dat niet van Karel, maar van een onbekende man is. Vrijwel zeker van de ’echte’ moordenaar van Maja. En hier blijft het niet bij. De rechter werd evenmin geinformeerd over het feit dat de dader vlak bij de plek des onheils Maja’s pinpasje op een symbolische plek had neergelegd. Ook een gegeven waaraan Karel in zijn verklaringen nimmer memoreerde.

De veroordeling van de Groningse veteraan lijkt te berusten op een gerechtelijke dwaling van bizarre omvang. “Omdat hij zo stellig was, werd het kennelijk als een gelopen race beschouwd. Maar politie, justitie en rechtbank weten heel goed dat mensen soms valse bekentenissen afleggen. Het scenario van Karel is uiterst onwaarschijnlijk. Door hem vertelde details kloppen niet met de feiten. Ook voldoet hij niet aan het profiel van de dader. Maja moet door een bekende zijn vermoord die razend was en vaak heeft gestoken. Een dader die spijt kreeg en toen het lichaam toedekte”, zegt Timmerman. In dat licht is saillant dat dna van de eerste verdachte, de destijds even opgepakte vluchteling Iman H., nooit is vergeleken met de dna-sporen op het touw en in het bloed.

Karel zat zijn straf uit en is sinds maart 2010 weer vrij. Nog steeds denkt hij Maja te hebben vermoord, al is er nu twijfel. “Ik hou er rekening mee dat het misschien toch anders is dan ik denk.” Zijn advocaat, mr. Geert-Jan Knoops, bereidt inmiddels een herzieningsverzoek bij de Hoge Raad voor. “Er zijn nieuwe feiten waaruit blijkt dat mijn cliënt de moord niet pleegde. We zijn nog met onderzoek bezig: naar het dna van de onbekende man en naar een eventuele gedragskundige reden waarom Karel een misdrijf bekent dat hij niet pleegde. Uiteraard dient justitie over de brug te komen met het rapport van de technische recherche dat eveneens nieuw licht op deze zaak zal werpen.”

Maja’s broer Johan blijkt niet verbaasd over alle ontwikkelingen. “Ik vond het in 2005 al eigenaardig dat deze veteraan alleen op zijn eigen verhaal werd veroordeeld. Alsof justitie blij was dat eindelijk iemand kon worden vastgezet. Maar als deze man straks onschuldig blijkt, is het wel te hopen dat de echte moordenaar van mijn zus wordt opgespoord.”

Het OM in Groningen zegt begin juni niet het gevoel te hebben dat met deze zaak iets mis is gegaan: “De rechter heeft destijds een veroordeling uitgesproken, voor ons is de zaak dus afgedaan. Als men op nieuwe dingen stuit dan horen wij dat graag. Waar het technisch rapport is gebleven, weten we niet, want we konden het dossier de afgelopen dagen niet vinden.”