Hoger beroep ‘bijenkorfmoeder’ dient

Vandaag en morgen dient het hoger beroep tegen Jane van T. (26) die op 22 oktober 2007 haar dochtertje Jelysa (1,5) doodde door haar in warenhuis De Bijenkorf in Amsterdam van vierhoog naar beneden te gooien. De vrouw sprong het meisje achterna in een poging ook zichzelf van het leven te beroven, maar dit mislukte. Zie hield wel een dwarslaesie over aan de sprong.

De rechtbank legde Jane van T., op 30 maart 2009 tbs op en ontsloeg haar van rechtsvervolging. Daartegen werd hoger beroep ingediend. Gedragsdeskundigen hebben sterk uiteenlopende conclusies getrokken over de oorzaak van de psychose waaraan Jane van T. ten tijde van het drama leed. Enkelen schreven de psychose toe aan een borderlinestoornis, anderen aan het gebruik van afslankpillen.

Eerder stelde het hof vast dat er sprake is van een “onoverbrugbare kloof” tussen de deskundigen. Om aan deze patstelling een einde te maken, stuurde het hof haar in maart van dit jaar naar de observatiekliniek van justitie, het Pieter Baan Centrum.

Tijdens de zitting bleek dat het Pieter Baan Centrum na 7 weken observatie tot de conclusie was gekomen dat de vrouw  niet aan een persoonlijkheidsstoornis lijdt en datzij daarom niet de tbs-maatregel opgelegd moet krijgen.

Nadat Van T. uit het ziekenhuis was ontslagen, werd zij vastgezet in een huis van bewaring, waar zij sindsdien heeft verbleven. Zowel haar advocaten als enkele bij de zaak betrokken gedragsdeskundigen spreken hier schande van: de vrouw T. is veeleer slachtoffer dan dader en had destijds direct omgeven moeten worden met adequate zorg. Achter de tralies is zij niet of nauwelijks toegekomen aan de verwerking van het trauma van het door eigen toedoen verliezen van haar kind.

De deskundigen zijn het erover eens dat Van T. ten tijde van het drama in een ernstige psychose verkeerde. Maar over de oorzaak verschillen zij van mening: twee deskundigen hebben vastgesteld dat de psychose is voortgekomen uit een borderlinestoornis. Twee anderen hadden het vermoeden dat door Van T. gebruikte afslankpillen, waarin veelal gevaarlijke bestanddelen zitten, deze in de hand hebben gewerkt. Het PBC heeft geconcludeerd dat van enige stoornis geen sprake is.

Wat de deskundigen dus eigenlijk zeggen is dat de vrouw ten tijde van haar daad een stoornis had die haar niet toerekeningsvatbaar maakte (dus ontslag van rechtsvervolging), maar dat er geen persoonlijkheidsstoornis aan ten grondslag ligt die behandeling behoeft (dus geen tbs).

Daarmee is de kans aanwezig dat de vrouw vrij komt zonder tbs, of mogelijk met een ‘tbs met voorwaarden’. Zo’n voorwaarde zou kunnen zijn bepaalde maatregelen die moeten vorokomen dat de vrouw wellicht weer in een psychose raakt.

Een team van Mentrum, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, heeft zich bereid verklaard om Van T. te begeleiden, voor het geval het hof tot een ander oordeel komt dan de rechtbank en het de vrouw op vrije voeten stelt.

Vrijdag zal het Openbaar Ministerie zijn visie op de zaak geven, mede op basis van het rapport van het PBC.