Foetus mogelijk doodgeschopt

Dochter Tea D. (22) en moeder Maja M. (40) stonden vandaag terecht voor de rechtbank in Almelo op verdenking een foetus te hebben doodgeschopt. Tijdens een ruzie in een ijssalon Gelato Café Dolce Vita  in Enschede zouden zij een zwangere vrouw in de buik hebben getrapt.

Tea D. en Maja M. kwamen in de ijssalon in winkelcentrum De Klanderij in Enschede een oude vriendin tegen toen ze vanachter een tafeltje door een kennis, de zwangere Layla, uitgescholden werden in het Georgisch. Maja ging verhaal halen, waarna een hevige ruzie volgde. De vrouwen trokken elkaar aan de haren en er zou met een asbak zijn gegooid. Tijdens deze ruzie zou Layla een trap in haar buik hebben gekregen, terwijl ze 29 weken zwanger was.

De verdachten ontkenden vrijdag dat ze wisten dat Layla zwanger was en dat ze haar in haar buik hebben getrapt. Dochter Tea erkent wel te hebben getrapt, alleen niet in Layla’s buik maar tegen haar been. De politie heeft echter een rode afdruk op de buik van Layla gevonden.

Tien dagen na de ruzie kreeg Layla een miskraam, omdat de placenta plotseling afstierf en losliet. Gynaecoloog Jan Jaap Erwicht van de universiteit in Groningen zei tijdens de zitting dat het ‘mogelijk’ is dat er tien dagen zit tussen het geweld en het afstoten van de vrucht, maar dat dit ook een andere oorzaak kan hebben gehad. In dit geval is in de baarmoeder van Layla echter bloed gevonden van haar ongeboren kind, wat op een scheuring van bloedvaten bij het kind wijst.

Het Openbaar Ministerie zag aanvankelijk geen reden voor een strafproces, maar werd teruggefloten door het Gerechtshof in Arnhem nadat het slachtoffer een artikel 12 procedure had aangespannen waarin zij vervolging eiste.

Update 8 oktober 2010:
Thea D. is veroordeeld tot twee jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens mishandeling van een zwangere vrouw, waardoor deze haar baby verloor. De Maja M. is veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur.
De veroordelingen vallen heel anders uit dan de straffen die het Openbaar Ministerie (OM) twee weken geleden had geëist, namelijk taakstraffen van respectievelijk 240 en 220 uur.

Artikel 12
In Nederland biedt Artikel 12 Wetboek van Strafvordering aan een rechtstreeks belanghebbende (veelal het slachtoffer) de mogelijkheid zich te beklagen over een beslissing van de officier van justitie om niet tot vervolging over te gaan of de vervolging van een strafbaar feit te staken. Dit heet een sepotbeslissing. Het is hiervoor niet noodzakelijk dat de belanghebbende ook aangifte van het feit heeft gedaan.