Minister Hirsch Ballin betrokken bij proces Wilders

Demissionair minister Hirsch Ballin (Justitie) is in een vroeg stadium hoogstpersoonlijk betrokken geweest bij de afweging om Geert Wilders strafrechtelijk te vervolgen.

Dat blijkt uit intern e-mailverkeer uit 2008 tussen het parket-generaal in Den Haag (de top van het openbaar ministerie) en het parket in Amsterdam.

De informatie is pikant, omdat in ons land de minister van Justitie gewoontegetrouw de nodige afstand bewaart om te voorkomen dat het openbaar ministerie wordt blootgesteld aan wisselende politieke invloeden. Daarnaast komt met deze informatie de rol van Hirsch Ballin als een van de felste CDA-tegenstanders tegen gedoogsteun van Wilders’ PVV in een ander daglicht te staan.

Rick Lawson

Op 14 maart 2008 mailden het parket-generaal en het parket Amsterdam elkaar over het advies van prof. Rick Lawson, hoogleraar Europees Recht aan de universiteit van Leiden. Lawson was door het OM gevraagd om in kaart te brengen of vervolging van Wilders kans had. Op het laatste vel van zijn tien kantjes tellende analyse concludeert Lawson dat het ‘gegrond is om Wilders te vervolgen’.

Dit advies werd op beide parketten met gejuich ontvangen, blijkt uit het mailverkeer. ‘Wat een supergoed stuk!!!!’ En: ‘Maandag is er een gesprek met de Minister van Justitie over dit advies. We proberen nu met man en macht zoveel mogelijk input aan Harm Brouwer te geven voor dit gesprek. Alles is welkom’.

Wilders’ advocaat mr. Bram Moszkowicz staat perplex van de interne informatie. “Hieruit blijkt niet alleen dat er op het hoogste ministeriële niveau over de mogelijke strafvervolging van mijn cliënt is gesproken, maar bovendien dat er sprake is geweest van inhoudelijk politieke betrokkenheid bij de beslissing om tot vervolging over te gaan.“

Ondanks Lawsons analyse besloot justitie om Wilders niet te vervolgen. Na bevel van het gerechtshof gebeurde dat alsnog.

Digna van Boetzelaer

Volgens OM-woordvoerster Digna van Boetzelaer is er niets vreemds aan. “De minister is politieke verantwoordelijk voor het OM. Hij wordt regelmatig naar de Kamer geroepen om uit te leggen waarom gevoelige zaken wel of niet worden vervolgd. Als OM moet je hem natuurlijk wel vertellen wat je van plan bent te gaan doen. De wet heeft ook geregeld dat als de minister het niet eens is met het OM, hij een aanwijzing kan geven om toch anders te handelen.”