Uitspraak: 8 jaar voor Wesam al Delaema

Wesam Khalaf Chayed al Delaema (foto) is vandaag door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf in de omzettingszaak na zijn strafzaak in de VS. De eis was 16 jaar. Omdat hij al ruim 5 jaar in de gevangenis had doorgebracht had hij deze straf inmiddels al uitgezeten en mocht Wesam gelijk gaan. De amerikanen zijn niet blij met deze beslissing.

Wesam al Delaema werd in 2009 in de Verenigde Staten van Amerika (VS) tot 25 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor -onder meer- samenzwering tot moord op Amerikaanse staatsburgers buiten de VS. Voorafgaand hieraan is Wesam al Delaema, die de Nederlandse nationaliteit bezit, door Nederland uitgeleverd aan de VS.

De uitspraak van de rechtbank Rotterdam is gedaan in een zogeheten WOTS-procedure. In deze procedure was de vraag aan de orde of de feiten waarvoor Wesam al Delaema in de VS is veroordeeld ook strafbaar zijn naar Nederlands recht. Vervolgens moest worden bepaald welke straf naar Nederlands recht moest worden opgelegd. De eerste vraag is bevestigend beantwoord en er is een gevangenisstraf opgelegd van 8 jaar, waarvan Wesam al Delaema al 5,5 jaar heeft uitgezeten, grotendeels in de VS.In de uitspraak wordt op hoofdlijnen aandacht besteed aan de volgende punten:

  • De grenzen van het beoordelingskader, die worden gevormd door de door de Amerikaanse rechter vastgestelde feiten. Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben die grenzen niet altijd even scherp getrokken.
  • Het verweer van de raadsman dat de slechte detentieomstandigheden van de veroordeelde in de VS een onmiskenbare schending opleveren van artikel 3 EVRM. Dit verweer wordt verworpen.
  • De rechtbank heeft de feiten beoordeeld naar het materiële recht zoals dit op dit moment geldt. De strafbaarheid naar Nederlands recht is bepalend.
  • De ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, voor zover dit blijkt uit de Amerikaanse rechterlijke beslissingen en de persoon en de persoonlij­ke omstandigheden van de veroordeelde zijn meegewogen bij het bepalen van de hoogte van de straf.
  • Het is voldoende aannemelijk geworden dat tijdens (een substantieel deel van) de detentie van veroordeelde in de VS sprake was van zodanig slechte omstandigheden dat deze op beduidend negatieve wijze afweken van de detentiesituatie in vergelijkbare zaken in Nederland. Dit heeft een matigende werking op de straf. Voor de rechtbank is dat vooral duidelijk geworden, doordat Nederland destijds zeer verontrust heeft gereageerd in de richting van de VS. De rechters verwijzen naar de verklaring van voormalig diplomaat Richard Gerding, die heeft gezegd dat Nederland bijna de rechtshulprelatie met de VS heeft opgeschort wegens de situatie van Wesam.
  • De door de officier van justitie en de verdediging aangehaalde jurisprudentie. Hier bleek slechts uit af te leiden dat er sprake is van een grote verscheidenheid in strafmaat in op het eerste gezicht soortgelijke maar bij nadere lezing zeer verschillende zaken.

LJ NummerBO0296

Update 27-10-2010: Het OM gaat niet in hoger beroep