OM hardleers in mensenhandelzaak ‘Raptus’

Het Openbaar Ministerie probeert voor de tweede keer in een mensenhandelzaak onder één hoedje te spelen met de rechters, buiten de verdediging om.

In een rechtszaak waarin alles staat of valt met een betrouwbaar en geloofwaardig Openbaar Ministerie, maakt de aanklager in hoger beroep dezelfde fout als haar voorganger eerder deed bij de rechtbank.

In de zomer van vorig jaar verklaarde de rechtbank in Den Bosch in een vernietigend vonnis het OM niet ontvankelijk in de zogeheten Raptus-zaak, die draait om mensenhandel. De officier van justitie had zonder medeweten van de advocaten informatie over een Chinese kroongetuige aan de rechtbank verstrekt, met het verzoek deze na lezing te vernietigen. Volgens de aanklaagsters hadden de rechters toegezegd dat te zullen doen, maar zij ontkenden dat.

Inmiddels loopt in de zaak het hoger beroep voor het gerechtshof in Den Bosch. Tot zijn stomme verbazing kreeg Frank van Ardenne, advocaat van een van de elf verdachten, vorige week een brief van het gerechtshof. Het OM had de opdracht gekregen een verslag te overleggen van een gesprek tussen de kroongetuige en de officier van justitie. Van Ardenne: ‘Maar in plaats daarvan stuurt de advocaat-generaal (de aanklager in hoger beroep, red.) een brief aan het hof, waarin ze schrijft dat er geen verslag van dat gesprek bestaat, maar wel een interne e-mail waarin melding wordt gemaakt van dat gesprek. Nu wilde het OM van het hof weten of die mail aan het dossier moet worden toegevoegd.’

Het hof heeft het OM per brief verwezen naar de zitting waarop de opdracht is verstrekt. Ook stelde het hof dat het niet met het OM in discussie wil treden buiten de verdediging om. Daarom heeft het hof een afschrift van de brief aan alle advocaten gestuurd.

Volgens Remco van Tooren, hoofdadvocaat-generaal in Den Bosch is er niets aan de hand. ‘Ik vind het jammer dat een praktisch puntje als dit formeel via de zitting moet worden geregeld. Er is geen sprake van dat het OM iets wilde regelen met het hof of iets stiekem wilde doen.’

Volgens Van Tooren gebeurt het vaker dat het OM dit soort verzoeken doet aan rechters. ‘Het hof is in dezen ordebewaker, we wilden vast vooroverleg om de zaak beter te stroomlijnen.’ Hij snapt niet dat de advocaten hier zo’n punt van maken. ‘Maar we zullen voortaan denk ik elke brief in twaalfvoud versturen, ook naar alle advocaten.’

Advocaten Frank van Ardenne en Inez Weski zijn het absoluut niet met hem eens. Zij vinden dat de vraag van het OM aan het hof de zaaksinhoud raakt, en ‘dat kan nooit buiten de verdediging om’. Voor de raadslieden is het duidelijk, het OM heeft zijn kans wel verspeeld in deze zaak. ‘Hoe gewaarschuwd kan men worden?’, vraagt Weski zich af. ‘Hier worden fundamentele beginselen geschonden. Het OM kan niet eenzijdig rechters benaderen buiten de verdediging om. Daar gaat deze zaak juist over. Maar kennelijk is men zo hardleers.’

Van Ardenne vindt het heel zuiver dat het hof op deze manier heeft gehandeld. ‘Het OM geeft aan dat het niets van het eerste vonnis heeft geleerd, en zich er in ieder geval niets van aantrekt. Dat is buitengewoon ernstig.’ Daarbij komt volgens de raadslieden dat het OM de raadsheren van het hof met dit soort brieven in een zeer kwetsbare positie brengt.

De kwestie zal volgende maand op zitting aan de orde komen.