Nieuw licht in moord Maja van Vloten?

In de zaak van de moord op vluchtelingenwerkster Maja van Vloten (49) uit Groningen blijken politie en justitie een gewelddadige, Egyptische vrouwenhater te hebben vrijgelaten die hoogstwaarschijnlijk de ‘werkelijke’ moordenaar van de Groningse is.

In het donker vloog opeens iets op me af. Het schreeuwde niet, maakte geen enkel geluid. Een man, een vrouw, ik heb geen idee. We raakten in gevecht en ik stak met mijn mes. Twee, drie, hooguit vijf keer. Tenminste, zo is het in mijn hoofd gegaan. Maar of het ook écht is gebeurd, weet ik niet zeker meer.
Uit de verklaring van Karel van O.
Maja van Vloten werd in de nacht van 13 september 1994 in haar huis aan de Meeuwerderbaan met tientallen messteken omgebracht. Op 22 december 2005 werd Karel van Orden -een VN-veteraan uit Groningen- veroordeeld tot acht jaar cel, nadat hij zichzelf had aangegeven. De destijds dakloze Karel van Orden, bleef echter bij vage verklaringen, maar de politie legde waarschuwingen dat de man in de war was en mogelijk een schuldwaan had naast zich neer. Bovendien werd een bloedspoor onder tafel geveegd. Onlangs berichtte De Telegraaf op grond van onderzoek door oud-politiepsycholoog Harrie Timmerman dat van O. echter onschuldig lijkt te zijn en jarenlang onterecht achter tralies zat. Wie heeft de moord dan wel gepleegd? Justitie had in december 1994 al een potentiële dader in de cel. Egyptenaar Iman H. was  toen opgepakt op verdenking van de moord op Maja, maar kort erop vrijgelaten bij gebrek aan bewijs.

Van Iman H. is bekend dat hij vaker zeer gewelddadig was naar vrouwen. Zo mishandelde hij in het verleden een vriendin, viel hij haar aan met een mes en hield H. een andere vrouw met haar hoofd onder water. Vast staat ook dat H. Maja kende. H. was een cliënt geweest van de Groningse die als coördinatrice bij Vluchtelingenwerk werkte.

Advocaat Geert-Jan Knoops, raadsman van de onterecht veroordeelde veteraan Karel, wil dat gevonden bloedsporen opnieuw worden onderzocht en worden vergeleken met dna van Iman H. Knoops stuurt aan op een herziening in de zaak van Karel. “Na het recente artikel in De Telegraaf heeft de toenmalige zaaksofficier van justitie ons toegezegd dat wij het dossier van Egyptenaar H. mogen inzien. Dat is een positieve ontwikkeling, al blijft het een feit dat het openbaar ministerie vijf jaar geleden veel kritischer had moeten zijn ten opzichte van Karels bekentenis. Politie, justitie en rechtbank wisten dat zijn verklaringen totaal niet klopten met de forensische bewijzen.

Update 24 juni 2010: Inmiddels blijkt dat de Groningse recherche destijds in Karel de kans zag om maar gelijk wat andere onopgeloste moordzaken te sluiten door te pogen om Van Orden ook andere zaken te laten bekennen. Zo voerden rechercheurs de verwarde oud-militair tijdens een autorit mee naar het Van Brakelplein waar in 1997 psychologe Els Slurink was vermoord. Dat terwijl de politie toen al geweten moet hebben dat Van Ordens dna helemaal niet overeenkomt met het dader-dna dat onder Slurinks nagels was gevonden.

Ook werd Van Orden langs de Groningse tippelzone gevoerd in verband met de onopgeloste moord op Shirley Hereijgers en de verdwijning van Jolanda Meijer. Verder reden de agenten hem naar Zuidwolde waar in 1995 de bejaarde Anna Heemenga was omgebracht. “De rechercheurs vroegen me toen overal of ik die misdrijven ook meteen even kon bekennen”, herinnert Van Orden zich. “Maar dat heb ik niet gedaan. Ik had er niets mee te maken gehad.”

Het onderzoek had niets met waarheidsvinding maar alles met scoringsdrift te maken, bevestigt zijn advocaat mr. Geert-Jan Knoops. “Het getuigt eens te meer van tunnelvisie. In plaats van zulke ‘onderzoeken’ te doen hadden politie en justitie beter de zaak-Maja van Vloten technisch goed kunnen uitzoeken. Het OM moet toen al geweten hebben dat Van Ordens bekentenis vals was.” De advocaat gaat binnenkort een herzieningsprocedure aanspannen.

Libanonveteraan Karel van Orden meldde zich op vrijdag 26 augustus 2005 zomaar bij het bureau aan de Rademarkt. Karel zei “een moord te willen bekennen die tien tot vijftien jaar terug gebeurde”. Hij was in die tijd gokverslaafd, leidde een zwervend bestaan en vertelde dat het misdrijf zich “in de Oosterpoort bij het viaduct” had afgespeeld. In welke straat precies, wist hij niet.

Nog diezelfde avond concludeerde de politie Karel van Orden de moord op Maja van Vloten moest bedoelen. Karel werd ingesloten en in de dagen erna aan een vijftiental verhoren onderworpen. De recherche noemde zijn verklaringen ’consistent’. Maar toenmalig rechercheur Dick Gosewehr die het dossier kende, waarschuwde een collega bij het Groningse coldcaseteam destijds dat Karel de verkeerde was. ’Ik heb sterk de indruk dat er veel tijd besteed wordt aan de bekentenis van iemand die niet past in het daderprofiel in deze zaak’, mailde hij en stuurde vervolgens een analyse mee.

De waarschuwing stuitte op onbegrip, vertelt oud-politiepsycholoog Harrie Timmerman, die de moordzaak in het verleden eveneens had bestudeerd. “Gosewehr kreeg van de Groningse korpsleiding zelfs te verstaan dat hij zich gedeisd moest houden.” Een fragment uit die mail: ’Dit soort interventies wordt hier, hoe goed wellicht ook bedoeld, niet op prijs gesteld. De inmenging wordt ervaren als een motie van wantrouwen naar de collega’s.’ Politie en justitie veegden Gosewehrs bezwaren opzij en zetten de vervolging ijskoud door. Een maand later achtte de rechter de feiten bewezen en kreeg Karel acht jaar wegens doodslag.

Het is een raadsel hoe de rechters tot dit oordeel konden komen. Karel werd slechts veroordeeld op zijn eigen, rammelende bekentenis. Een verhaal dat geen greintje steun vindt in feiten, zoals de technische sporen op de plek van de moord. Oud-politiepsycholoog Timmerman onderzocht de feiten de afgelopen maanden tot op het bot. De uitkomsten zijn schokkend.

Vast staat dat Karel Maja niet eens kende, terwijl alles wijst op een moord door iemand uit haar omgeving. Karel had bovendien niet eens een auto, zijn rijbewijs was allang verlopen. Toen de Groninger in 2005 bij de politie moest aangeven waar hij de moord had gepleegd, wees hij vaag op een van de huizenblokken aan de Meeuwerderbaan. Maar de straatnaam wist hij niet.

In de eerste rechecheverhoren zei Karel die avond in 1994 een vrouw te hebben gezien die haar huisvuil buitenzette. Hij beweerde haar achterna te zijn gelopen waarop hij de vrouw in huis neerstak. Maar in de Meeuwerderbaan werd het vuilnis niet op woensdag, maar op vrijdag opgehaald. Bovendien is onlogisch dat Maja in het holst van de nacht in alleen een T-shirtje haar vuilnis versjouwde. In latere verhoren maakte Karel er dus maar iets anders van. In die versie stond volgens hem de voordeur van Maja’s huis open, was hij naar binnen gegaan en daar in gevecht geraakt. Onmogelijk, zegt Maja’s broer Johan van Vloten desgevraagd: „Mijn zus was een keurige vrouw die echt geen raar nachtleven had. Maja zou nooit gaan slapen terwijl haar deur nog openstond.”

Ook het tijdsverloop klopt niet. Volgens Karel gebeurde de moord ruim voor middernacht. Op dat moment was Maja echter nog bij Vluchtelingenwerk. Gezien getuigenverklaringen moet zij ’s nachts tussen één en half drie zijn omgebracht. Met Karels schetsen van Maja’s appartement is eveneens van alles mis. Zo plaatste hij deuren op plekken waar geen deuren zitten, situeerde hij de keuken verkeerd, klopte niets van de beschrijving van huisraad en stond Maja’s bed elders dan waar Karel het bedacht. De veteraan houdt verder vol dat er een computer in huis was. Maar Maja had helemaal geen pc.

Tijdens het misdrijf was het donker in het huis, beweerde Karel. Met geen woord repte hij over het brandende bedlampje dat Maja’s vriendin waarnam. Hij zei zelfs tegen de rechter dat hij niet wist of hij een man of vrouw had gedood. Met het licht van het lampje had hij dat moeten weten. Zelfs zijn beschrijving van de gruwelmoord, waar Karel overigens geen enkel motief voor had, snijdt geen hout. Cruciaal is zijn verklaring dat hij Maja twee, tot maximaal vijf keer in de hals stak, terwijl hij naar eigen zeggen op haar zat en Maja op haar rug lag. Er staat echter onomstotelijk vast dat de Groningse niet in haar hals, maar in haar rug en nek werd gestoken. Geen vijf keer, maar 26 keer. Verder lag de vrouw niet op haar rug, maar voorover en half op haar linkerzij toen zij stierf.

Saillant is dat het lichaam met allerlei kledingstukken was toegedekt, waar Karel nooit over sprak. Pas na enkele verhoren werd hem door agenten ingefluisterd dat er iets over Maja heen lag. “In een soort quizverhoor raadde Karel toen dat hij misschien een deken of kleding over Maja had gegooid. Zo’n rechercheonderzoek heeft dus echt niets te maken met waarheidsvinding”, aldus Timmerman.

Maar er is meer. Justitie heeft tijdens het strafproces vrijwel zeker belangrijk, voor Karel ontlastend bewijsmateriaal achtergehouden en weigert ook nu om het rapport van de technische recherche vrij te geven. “De rechter kreeg in 2005 niets te horen over een schoenzoolafdruk in bloed die bij de plaats delict is ontdekt. Hoewel Karel door de recherche is gevraagd welke schoenmaat hij heeft, wordt dit nergens in het dossier gekoppeld aan de aangetroffen zoolafdruk.” Is dit omdat de veteraan een heel andere schoenmaat heeft? Bewust verzwegen omdat Karel moest ’hangen’? Timmerman: “Er is geen andere conclusie mogelijk. Als de maat wel klopte, had justitie dat namelijk zeker als ondersteunend bewijs gebruikt.”

Wel werd tijdens het proces aangevoerd dat onder Maja’s lijk een stuk touw lag met dna van Karel. De Groninger heeft het nooit over touw gehad. En in tegenstelling tot wat justitie beweert, vormt het dna-spoor op het touw met slechts twee overeenkomende kenmerken bovendien allerminst hard bewijs. Ronduit stuitend is dat een ander, in bloed aangetroffen dna-spoor doodleuk onder tafel is gepoetst: dna dat niet van Karel, maar van een onbekende man is. Vrijwel zeker van de ’echte’ moordenaar van Maja. En hier blijft het niet bij. De rechter werd evenmin geinformeerd over het feit dat de dader vlak bij de plek des onheils Maja’s pinpasje op een symbolische plek had neergelegd. Ook een gegeven waaraan Karel in zijn verklaringen nimmer memoreerde.

De veroordeling van de Groningse veteraan lijkt te berusten op een gerechtelijke dwaling van bizarre omvang. “Omdat hij zo stellig was, werd het kennelijk als een gelopen race beschouwd. Maar politie, justitie en rechtbank weten heel goed dat mensen soms valse bekentenissen afleggen. Het scenario van Karel is uiterst onwaarschijnlijk. Door hem vertelde details kloppen niet met de feiten. Ook voldoet hij niet aan het profiel van de dader. Maja moet door een bekende zijn vermoord die razend was en vaak heeft gestoken. Een dader die spijt kreeg en toen het lichaam toedekte”, zegt Timmerman. In dat licht is saillant dat dna van de eerste verdachte, de destijds even opgepakte vluchteling Iman H., nooit is vergeleken met de dna-sporen op het touw en in het bloed.

Karel zat zijn straf uit en is sinds maart 2010 weer vrij. Nog steeds denkt hij Maja te hebben vermoord, al is er nu twijfel. “Ik hou er rekening mee dat het misschien toch anders is dan ik denk.” Zijn advocaat, mr. Geert-Jan Knoops, bereidt inmiddels een herzieningsverzoek bij de Hoge Raad voor. “Er zijn nieuwe feiten waaruit blijkt dat mijn cliënt de moord niet pleegde. We zijn nog met onderzoek bezig: naar het dna van de onbekende man en naar een eventuele gedragskundige reden waarom Karel een misdrijf bekent dat hij niet pleegde. Uiteraard dient justitie over de brug te komen met het rapport van de technische recherche dat eveneens nieuw licht op deze zaak zal werpen.”

Maja’s broer Johan blijkt niet verbaasd over alle ontwikkelingen. “Ik vond het in 2005 al eigenaardig dat deze veteraan alleen op zijn eigen verhaal werd veroordeeld. Alsof justitie blij was dat eindelijk iemand kon worden vastgezet. Maar als deze man straks onschuldig blijkt, is het wel te hopen dat de echte moordenaar van mijn zus wordt opgespoord.”

Het OM in Groningen zegt begin juni niet het gevoel te hebben dat met deze zaak iets mis is gegaan: “De rechter heeft destijds een veroordeling uitgesproken, voor ons is de zaak dus afgedaan. Als men op nieuwe dingen stuit dan horen wij dat graag. Waar het technisch rapport is gebleven, weten we niet, want we konden het dossier de afgelopen dagen niet vinden.”

Advertisements

Veroordeelde dubbele moord Bonaire mogelijk onschuldig?

martisIn juli 2005 werden de broers Wendell (23) en Lisandro (16) Martis door het hoofd geschoten bij Spelonk (Boca Spelonk) op Bonaire.  Drie Bonairianen, waaronder Andy Melaan werden hiervoor veroordeeld. Maar Melaan zegt onschuldig te zijn. Melaan (destijds 28) is tot 24 jaar veroordeeld. Eimar Wanga (destijds 21) en Nozai Thomas (destijds 20) kregen respectievelijk 18 en 8 jaar cel opgelegd in hoger beroep. Wanga was door de rechter in eerste aanleg uiteindelijk veroordeeld tot vijftien jaar.

Psycholoog Lucio Ricardo steunt Melaan en vindt dat er er fouten zijn gemaakt. Ricardo maakte een reconstructie en schreef Kroniek van een Gerechtelijke Dwaling in de Nederlandse Antillen waaruit zou blijken dat Melaan onschuldig.

Inmiddels is er een onafhankelijke, externe commissie ingesteld die de zaak grondig zal moeten uitzoeken.

In Juni 2006 schreef Jarvis Melaan, de broer van Andy Melaan, ook al een stuk waarin hij trachtte de onschuld van zijn broer aan te tonen.

Zie ook: Vraag aan Movemento Kontra Korupshon (Ingezonden stuk Amigoe-inmiddels een dode link)

Update 11 Augustus 2011: Andy Melaan is in hongerstaking gegaan. Hij wil daarmee afdwingen om van de gevangenis op Curaçao overgeplaatst te worden naar Bonaire waar zijn familie woont. Melaan meent hiertoe gerechtigd te zijn aangezien Bonaire een bijzondere gemeente van nederland is geworden.

Zaak Ina Post moet over

ina-post De Hoge Raad heeft vandaag bepaald dat de zaak Ina Post (foto) moet worden heropend.

Post werd in 1987 door het hof van Den Haag veroordeeld tot zes jaar celstraf voor de moord op de bejaarde mevrouw Anna Maria Kolstee-Sluiter in een verzorgingshuis in Leidschendam.

Het hof achtte bewezen dat Post haar slachtoffer had gewurgd en haar kascheques had verzilverd. Gaandeweg kwam er echter steeds meer twijfel, zo zou de handtekening op de cheques niet van Post zijn en werd er geen verband gelegd met een eerdere inbraak in het bejaardentehuis waarbij checques gestolen werden(en vermoedelijk een moord gepleegd op mevrouw Veira-Lee (76) in aug. 1984)*

Het enige bewijs tegen Post was haar eigen –later ingetrokken- duidelijk niet kloppende bekentenis die zij onder hevige druk aflegde. De politie was bij haar terecht gekomen omdat ze bij de schrijfproef, waarbij het handschrift van alle personeelsleden werd vergeleken met een paar cheques die na de dood van de weduwe waren geïncasseerd, opviel door haar zenuwachtigheid. Zij werd vervolgens gearresteerd en aan een gruwelijk verhoor onderworpen.

De Hoge Raad volgt nu met haar besluit het advies van 21 april 2009 van advocaat-generaal W. Vellinga van de Hoge Raad.

Op basis van nieuwe feiten denkt Vellinga dat zij destijds vrijgesproken had kunnen worden, als de nieuwe informatie toen bekend was geweest.

Vellinga bevestigde daarmee in april de eerdere conclusie van de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) van 19 maart 2008, dat het bejaarde slachtoffer enkele uren eerder is overleden dan het tijdstip dat Post in een vroege bekentenis noemde. Overigens heeft zij die verklaring later ingetrokken.

Bovendien is het in tegenstelling tot de ingetrokken verklaring niet mogelijk om iemand met één hand met behulp van een elektriciteitssnoer te wurgen. Gezien deze twee nieuwe feiten vindt Vellinga dat een nieuw gerechtshof de zaak opnieuw moet beoordelen.

Volgens het onderzoeksteam van de CEAS had de officier van justitie destijds moeten zien dat er lucht zat tussen de bekentenis en het werkelijke tijdstip van overlijden. (Dat zal hij wel gezien hebben maar hebben weggewuifd.)

Ook heeft de aanklager volgens de CEAS zijn taak verzuimd om deze onvolledigheden en tegenstrijdigheden te corrigeren of open aan de rechter voor te leggen.

Daarbij vervalste de politie ook nog eens een keer bewijzen.

Weer een gevalletje ‘gerechtelijke dwaling’ waarvan Donner maar steeds volhoudt dat het ‘een incident’ betreft. Mag er nu eens een aanklager de cel in voor dit soort opzettelijke wanprestaties?

*Uit het boek: Wanneer de waarheid…: het ware verhaal over Ina Post, Door D. Gosewehr & H. Timmerman

Is Danny wel schuldig? Opnieuw blunders bij justitie?

Danny van den H. werd op zijn 17e in 2000 veroordeeld voor de moord op Eindhovense drugsdealer Regi (Reginald) Koenders. Inmiddels is hij weer vrij en is er twijfel of Danny daadwerkelijk achter deze aanslag zat. Een reconstructie van een mogelijke justitiële en gerechtelijke dwaling waarbij het openbaar ministerie cruciaal bewijs simpelweg kwijt raakt.

Reginald ‘Regi’ Koenders werd op zaterdag 1 april 2000 vermoord op straat op de dr. Cuyperslaan in Eindhoven. Rond kwart voor drie die middag kreeg de alarmcentrale van de Eindhovense politie de eerste meldingen over de brute moord. Enkele tientallen voorbijgangers zagen hoe een scooterrijder door de achterruit van een stilstaande Fiat Croma een inzittende van die wagen onder vuur had genomen. Toen de dader ervandoor ging, vluchtten de bestuurder, Koenders’ zwager en zijn medepassagier, de zus van Reggie Koenders, de Fiat uit. Op de achterbank was Koenders zelf al in elkaar gezakt en aan zijn verwondingen bezweken.

Aanvankelijk werden Koenders’ zus en haar vriend verdacht. Volgens de recherche zou een conflict over drugshandel de aanleiding zijn geweest. Maar een paar weken later kwam bij de politie de dan nog 16 jarige Danny in beeld. Danny woonde nog bij zijn ouders in de wijk Woensel. Volgens de recherche zou hij Regi Koenders uit wraak hebben doodgeschoten omdat Koenders zijn moeder had mishandeld. Op 8 mei wordt Danny aangehouden.

Danny is een bekende van de politie. Hij groeide op in een gezin dat vroeg met hulpverlening te maken kreeg en stond zelf al te boek wegens geweldsdelicten, diefstal en heling. De rechtbank in Den Bosch veroordeelde Danny in 2000 dan ook voor de moord en hij kreeg acht jaar cel. In hoger beroep werd dat vijf jaar met tbs.

In 2006 nam de Haagse advocaat Job Knoester de zaak van de toen nog gedetineerde Danny over, juist op het moment dat de jongeman op de longstay-afdeling van een tbs-kliniek dreigde te belanden. Danny bleef namelijk het misdrijf hardnekkig ontkennen. Daarmee ‘ontkende hij’ volgens zijn behandelaars ‘zijn probleem’ en kon hij in die visie niet worden behandeld.

Knoesters vertelt dat hij Danny stevig aanpakte. “Ik hield hem voor dat hij móest bekennen om beter door de tbs te komen en op termijn te worden vrijgelaten. Maar al die maanden bleef Danny bij zijn standpunt: hij wilde niet iets opbiechten dat hij niet had gedaan, zei hij. Vanaf die tijd ben ik een herzieningsverzoek gaan voorbereiden, ik wil dat dit onderzoek heropend wordt.”

De advocaat nam diverse experts in de arm. Oud-rechercheur Dick Gosewehr en voormalig politiepsycholoog Harrie Timmerman leggen vervolgens opmerkelijke zaken in het dossier blootlegden.

De manier waarop de dader destijds te werk ging leek sterk op een professionele liquidatie door een geoefend schutter, die met veel overleg en zeer koelbloedig zijn opdracht uitvoerde. Uit niets blijkt dat de moordenaar van Koenders in razernij handelde, zoals volgens de politie bij Danny het geval was.

Koenders werd gedood door drie 9 mm kogels: twee in de rug, één in het hoofd. Opvallend is dat de kogels in de rug op zeer korte afstand van elkaar zaten, terwijl de beide inschotopeningen in de achterruit van de Fiat een stuk verder uit elkaar waren geplaatst. Hoewel de schutter zijn wapen dus tussen de beide schoten verplaatste en onderwijl zijn scooter in balans hield, was hij toch in staat het slachtoffer op nagenoeg dezelfde plaats in de rug te raken. Dat zegt wel iets over de geoefendheid van de schutter en maakt het scenario dat een 16-jarige jongen in wilde woede aan het schieten was niet erg aannemelijk.

Politie en justitie lieten dit feit echter nooit onderzoeken. Ook de rechtbank en het hof in Den Bosch vonden het niet nodig om een reconstructie te houden en deskundigen als een schietinstructeur om hun mening te vragen.

De bewijsconstructie tegen Danny berust alleen op tegenstrijdige getuigenissen die niets over zijn vermeende aandeel in het misdrijf zeggen. Van de zeven getuigen die de schietpartij zagen en door het onderzoeksteam werden gehoord spreken er drie van een moordenaar die het pistool met zijn rechterhand vasthield, terwijl de overige vier beweren dat de dader linkshandig is.

Veruit de meeste getuigen zijn volgens Timmerman en Gosewehr zogeheten ‘klapgetuigen’. Mensen die een klap (of in dit geval schoten) hebben gehoord, dan pas in de richting kijken vanwaar het geluid komt en vervolgens onbewust aan de hand van de situatie reconstrueren wat zich even ervoor moet hebben afgespeeld. Maar dat hoeft niet de werkelijkheid te zijn, zo is wetenschappelijk aangetoond.

Voor twee van de waarnemers gaat dat niet op. Zij bekeken de moordenaar van Regi Koenders al toen hij op zijn scooter kwam aanrijden en zagen de hele schietpartij gebeuren. Frappant is dat volgens een van deze getuigen de dader met zijn rechterhand het pistool uit zijn jas pakte, het wapen overnam in zijn linkerhand en toen begon te schieten. Uit die verklaringen blijkt dat de dader vrijwel zeker linkshandig is. Maar Danny is rechtshandig.

In de warboel van uiteenlopende verklaringen hebben de scooter, helm en kleding van de dader zo’n beetje alle kleuren van de regenboog. Zo zegt een getuige dat de dader een zwarte broek met zwarte handschoenen droeg. De volgende heeft het over een donkerkleurige jas, de derde over een beige/bruin jack, de vierde beschrijft een soort Goretex jas met heldere kleuren, de vijfde een jas met rood, paars en wit, de zesde een zwarte outfit met gele streep op de mouwen en de zevende getuige zweert bij een felgekleurde jas met mogelijk rode, zwarte en witte vlakken.

De genoemde kleuren van de helm lopen uiteen van wit, naar beige, blauw, zwart en zelfs geel met rood. Hoofdkleur van de scooter is volgens de getuigen geel met vlakken die respektievelijk grijs, groen, blauw, paars, geel of misschien wel oranje zijn. Vier getuigen hebben het nog over lengte en postuur van de dader. “Hij was kleiner dan 1.74 meter”, zegt de een. “Beslist tussen de 1.75 en 1.80 meter”, aldus de ander. “Mager en niet groot”, meent nummer drie. “Iets groter dan 1.58 meter”, is het oordeel van de vierde ooggetuige.

Aan al die uiteenlopende verhaaltjes kan geen mens een zinnige conclusie verbinden. Maar politie en justitie deden dat wel en stelden Danny op basis van het gebabbel in staat van beschuldiging. Ook de rechters slikten de rammelende verklaringen voor zoete koek en zagen het dubieus genoeg als hard bewijs voor een moord.

Het technisch bewijs is het woord bewijs niet waardig. Op de plek van het misdrijf werden kogelhulzen aangetroffen. Maar zowel politie, justitie, als de rechtbank en het hof vonden het niet belangrijk om die op dna te laten onderzoeken.

Toen advocaat Job Knoester in 2006 bij het NFI de hulzen opvroeg voor een contraexpertise kwam het justitiële forensische instituut met een bizarre verklaring. Knoester: “Volgens het NFI had dat allemaal geen zin, omdat de hulzen na schietproeven waren schoongewassen. Afgezien van het feit dat je met hulzen geen schietproeven doet, is het onbestaanbaar om die dingen daarna te gaan schoonwassen.” Pas recent heeft het OM de advocaat laten weten de hulzen te overhandigen zodat alsnog naar dna worden gezocht. (Uiteindelijk krijgt de advocaat 3 hulzen, en daar blijkt DNA van een ander op te zitten)

Het kan nog gekker. Op steenworp afstand van de plaats delict legde een bewakingscamera van een benzinestation de moordaanslag vast. Geen van de rechters die een oordeel velde over Danny heeft de videoband ooit gezien of opgevraagd of de agent die er een summier proces-verbaal van opmaakte als getuige gehoord.

Het beeldmateriaal is ook nu nog van het grootste belang om de waarheid achter de liquidatie te achterhalen. Maar zowel de videoband, een digitale kopie als de foto’s die aan de hand van de opnames zijn afgedrukt, zijn volgens justitie Den Bosch ‘onvindbaar’. Dat gaat advocaat Knoester een paar stappen te ver. De strafpleiter heeft de afgelopen dagen een kort geding aangespannen om de stukken alsnog in handen te krijgen. “Eén videoband die is zoekgeraakt kan ik nog geloven. Maar én de kopieën weg én de foto’s verdwenen, dat gaat er bij mij niet in. Ik kan geen andere conclusie trekken dan dat het OM hier kennelijk veel te verbergen heeft.” (De band is inmiddels gevonden)

Als Danny niet de dader is, is de vraag wie Regi Koenders wel heeft doodgeschoten. Vijanden had hij genoeg. Vlak voor zijn dood was hij betrokken bij ripdeals en verkrachtingen, hij werd bedreigd en was daarom naarstig op zoek bleek naar een wapen. Maar politie en justitie deden daar nooit naspeuringen naar.

Laat staan dat uitgezocht werd of er een verband is met andere moordpartijen die Eindhoven te verduren kreeg. In een dikke week werden destijds de criminelen Frank van Geel, Ad Pruijmboom, Regi Koenders en Franske van der Sanden vermoord. Van der Sanden werd zelfs in het mortuarium vermoord toen hij Reggie Koenders de laatste eer wilde bewijzen. Kort daarop volgde weer een moordzaak: Surinamer Guno Plescode werd begraven in een tuin in de Gerard Doustraat gevonden, terwijl zijn in ontbinding verkerende hoofd nog boven de grond uitstak. Plescode was een belangrijke getuige in het onderzoek naar de moord op Regi Koenders.

Slechte verliezers | OM wil hele proces tegen Lucia de B. over doen

Het Openbaar Ministerie (OM) wil dat het proces tegen de Haagse verpleegkundige Lucia de B. bij het gerechtshof in Arnhem in volle omvang opnieuw wordt behandeld. Dat bleek vandaag tijdens een zogenoemde regiezitting bij dit hof.

Het hof in Den Haag veroordeelde De B. in 2004 al tot levenslang voor zeven moorden en drie moordpogingen. Omdat er twijfel over die veroordeling is ontstaan, moet het hof in Arnhem zich nu van de Hoge Raad opnieuw over de zaak buigen.

Het OM kondigde aan alle levensdelicten weer inhoudelijk te willen gaan behandelen. Volgens justitie betekent de twijfel over de vergiftiging van een baby, een van de slachtoffers, niet dat die vergiftiging direct helemaal buiten beschouwing gelaten kan worden. Deze vergiftiging vormde de kern van het bewijs tegen De B.

De advocaat van de Haagse verpleegkundige, Stijn Franken, vindt het niet nodig de hele rechtszaak tegen Lucia de B. van begin tot einde over te doen. Dat kost onnodig veel tijd. Hij zei vandaag bij het gerechtshof in Arnhem dat hij hoopt ”dat de zaak voor 2013 klaar is”.

De hele reeks onderzoekswensen die het Openbaar Ministerie (OM) vandaag aan het gerechtshof in Arnhem voorlegde, vindt Franken voor een groot deel overbodig. ”De aanvullende onderzoeken moeten wel een duidelijke meerwaarde hebben. Het OM wil de zaak kennelijk dunnetjes overdoen”, zei de raadsman.

Hij is het wel met het hof eens dat nog twee wetenschappers moeten getuigen. Zij waren tijdens de herzieningsprocedure voorafgaand aan dit proces door de adviseur van de Hoge Raad al gevraagd om hun mening over het overlijden van baby A. Dit sterfgeval was de belangrijkste drager van de veroordeling tot levenslang van Lucia de B. Inmiddels wordt eraan getwijfeld of het kindje wel een onnatuurlijke dood is gestorven.

Volgens de advocaat gaat justitie er te veel van uit dat er sprake is van strafbare handelingen als niet meteen duidelijk is waaraan iemand is overleden. Soms is het nu eenmaal niet verklaarbaar waarom iemand op een bepaald moment overlijdt, stelde Franken.

Het blijkt maar weer dat het Om behalve incompetent is, ook erg slecht tegen zijn verlies kan. De veronderstelde vergiftiging van de baby was het kernbewijs, de rest was alleen maar ‘stapelbewijs’, of in simpelere bewoording: “als ze de baby heeft vermoord zal ze de rest ook wel vermoord hebben”. Als het OM die ‘moorden’ nu ook weer wil onderzoeken zal zij toch in eerste instantie geconfronteerd worden dat voor al die mensen een verklaring van natuurlijk overlijden is afgegeven.

Lucia de B is in vrijheid gesteld omdat het zeer waarschijnlijk werd geacht dat haar veroordeling niet te recht was. Nu wil het OM de hele poppekast toch nog eens overdoen wat sterk ingaat tegen het ne bis in idem principe.

Er wordt totaal geen rekening gehouden met Lucia de B. zelf, die na al die jaren nu weer alles moet doorstaan.

Schande!

Vrijgesproken arts niet verdwenen

De arts die begin 2007 in hoger beroep werd vrijgesproken van doodslag op zijn vrouw is niet spoorloos. Gisteren liet justitie weten dat zij al lange tijd naar de man op zoek was om hem de cassatie “aan te kunnen zeggen”. De cassatie was ingesteld op 20 april 2007 maar al die tijd had het OM de man niet kunnen vinden.

Dit is verbazend omdat de man na zijn vrijlating gewoon weer thuis woont en werkt en gewoon ingeschreven staat bij de gemeentelijke basisadministratie. Ook had hij sinds zijn vrijlating al post ontvangen van het Openbaar Ministerie.

Ook de politie zei altijd geweten te hebben dat de man gewoon thuis woonde.

Na publikatie in het Eindhovens Dagblad deelde justitie mede de man inmiddels ‘gevonden’ te hebben en kon de cassatie 1 jaar en 8 maanden na dato uiteindelijk aangezegd worden.

De arts werd in 2006 veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf voor doodslag op zijn vrouw, maar werd in hoger beroep vrijgesproken toen bleek dat het enige bewijs tegen hem – een breuk in het strottenhoofd van zijn vrouw – berustte op een vergissing van het NFI. De man had zelf altijd vol gehouden dat zijn ernstig depressieve vrouw zelfmoord had gepleegd.

Update December 2009 Justitie heeft opnieuw de aanzegging van de cassatie aan hem betekent. Twee jaar en negen maanden na dato.

Anderhalf jaar onterecht vast

Een 21-jarige inwoner van Almere is vrijdag in hoger beroep vrijgesproken van de roofoverval op juwelier de Gouden Kroon in Haven, in september 2006. Hij was begin vorig jaar door de Lelystadse rechtbank veroordeeld tot vijftien maanden gevangenisstraf plus twee tenuitvoerleggingen van eerdere straffen. ,,Bij elkaar heeft hij zo’n anderhalf jaar voor niets gezeten”, liet zijn advocaat mr. J.A.C. van den Brink weten.

Bij de overval, die plaatsvond tegen sluitingstijd, zijn een medewerker en zijn destijds dertien jaar oude zoon bedreigd met een stroomstootwapen en een vuurwapen. De in het zwart geklede daders gingen er zonder buit vandoor. Er waren twee verdachten, van wie de een bekend heeft en de ander als mededader aanwees. Deze tweede man heeft altijd ontkend.

Intussen heeft de bekennende verdachte een ander aangewezen. Het hof oordeelde direct na de behandeling in hoger beroep dat er te weinig bewijs is tegen de 21-jarige. En gaf volgens Van den Brink de politie in Almere een veeg uit de pan: ,,De politie heeft volgens het hof minimaal onderzoek gedaan en vele steken laten vallen. Het dossier bood veel aanknopingspunten waar niets mee is gedaan.”

Daarmee wordt volgens de raadsman gedoeld op onderzoek naar de groep vrienden met wie de dader de avond voor de overval en op de dag zelf is opgetrokken. Daar zou de werkelijke mededader te vinden zijn. ,,Er is met een tunnelvisie gerechercheerd op mijn cliënt”, meent Van den Brink. Hij bereidt een schadeclaim tegen de staat voor, die zo’n 45.000 euro zal bedragen.

Ach niets nieuws onder de zon. Stupide politieagenten die gewoon besluiten wie het gedaan heeft, alleen daarop rechercheren en een rechter die het allemaal best vindt en met de volgende zaak in zijn hoofd al van tevoren heeft besloten dat het “schuldig” wordt.