NFI blundert in moordzaak Anneke van der Stap

Het is weer eens zover bij het NFI, de instelling waar forensisch bewijsmateriaal verloren gaat onderzocht wordt, en waar het niet ongewoon is dat bij wijze van spreken met de bloes van de weduwe Wittenberg nog even de gang gesopt wordt en waar het hart van een 60 jarige man evenzo gemakkelijk wordt aangezien voor dat van een 18 jarige vrouw (zaak Denise Schouten), waar een hartaanval wordt gezien als vergiftiging (De Butlermoord) en een anatomische structuur voor een breuk (Nuenense zelfmoord).
In het onderzoek naar de moord op studente Anneke van der Stap lijkt cruciaal bewijsmateriaal vernietigd. NFI-medewerkers hebben tal van fouten gemaakt, die voor de bewijsvoering in het strafproces tegen verdachte Ron P. zeer nadelige gevolgen kunnen hebben.

    De NFI heeft de kleding van Anneke destijds niet onderzocht op sporen, maar evenmin bewaard zodat het shirtje en de rok in een later stadium niet alsnog op dna en andere forensische sporen bemonsterd konden worden.
    Ook de Haagse politie, die de kleding vervolgens gebruikte voor tactische doeleinden, ging de mist in door de rok en het shirt te wassen. Al het eventuele bewijsmateriaal op de kleding is daarbij voorgoed verloren gegaan. Het OM is hiervan op de hoogte, maar wilde de afgelopen dagen niet ingaan op de vraag wat de eventuele gevolgen zijn.
    Omdat het lichaam van Van der Stap in verregaande staat van ontbinding verkeerde en het vinden van sporen dan uiterst moeizaam of zelfs onmogelijk is, was de kledij cruciaal voor het sporenbeeld en zoeken naar dna van de dader.
    De kans dat dit in de vorm van contactsporen op het shirt zat, is groot als het slachtoffer seksueel is misbruikt of is gewurgd. Daaraan gaat vaak een worsteling vooraf waarbij de dader haren, speeksel, huidcellen van zijn handen of ander materiaal op zijn slachtoffer achterlaat.
    Voor zover bekend heeft het onderzoek tot nu toe geen dna-bewijs tegen Ron P. opgeleverd. Wel zijn er andere belastende feiten zoals diverse spullen als een usb-stick van Van der Stap die P. in zijn bezit had en het gegeven dat hij met haar pasje heeft gepind.
    En toch blijft het NFI geaccrediteerd.

    In een reactie laat het OM weten de kleren van Anneke wel degelijk onderzocht te hebben op haren en vezels, maar het onderzoek op contactsporen (speeksel, huidcellen etc.)  niet zinvol te vinden, gezien de staat waarin het lichaam en de kleding verkeerden.
    Deze bewering komt echter op losse schroeven te staan als je kijkt naar het onderzoek bij de vermoorde Sybine Jansons (13). Onderzoek op het lichaam dat weken in het water lag, bracht hard dna-bewijs tegen de moordenaar (Martin C.) aan het licht.

    Advertisements

    Concurrentie voor NFI

    Er komt concurrentie voor het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Vanaf vandaag is het bedrijf Verilabs toegelaten tot de Nederlandse markt voor het onderzoeken van alle mogelijke sporen die achterblijven bij misdrijven.

    Daarmee is er sprake van een belangrijke concurrent voor het Nederlands Forensisch Instituut, dat decennia een monopolie had.

    Verilabs werkt nauw samen met een groot internationaal bedrijf, LGC Forensics. De nieuwkomer kan alle forensische onderzoeken verrichten die nu door het NFI worden gedaan. Het gaat dan niet alleen om DNA, maar ook om onderzoek naar vezels, digitale of biologische sporen of bijvoorbeeld ballistisch onderzoek (=onderzoek aan kogels) .

    Het NFI staat al jaren onder druk, niet alleen omdat het kampt met lange wachttijden; er is ook kritiek omdat verdachten voor onderzoek moeten vertrouwen op een dienst van justitie. Tenslotte is er zorg over een aantal ernstige fouten zoals het verzwijgen van ontlastend DNA in de Schiedammer Parkmoord, het foute oordeel in de Butlermoord, de Puttense moordzaak, het hart dat niet van Denise Schouten was, de blunders in de zaak Bindi, het verontreinigde DNA van de Wreker van Zuuk, de niet bestaande breuk in de zaak tegen de Nuenense huisarts, de onkunde in de zaak Gerrit Snoeren en vele andere fouten en blunders.

    Verilabs heeft van de Nederlandse overheid vanaf vandaag officieel een vergunning voor de Nederlandse markt en is daarmee het tweede geaccrediteerde forensische laboratorium in Nederland.

    Hoewel het goed is dat er concurrentie voor het NFI komt is het opmerkelijk dat Verilabs – tot nog toe een vrij onbekende speler in deze markt- plots een accreditatie heeft en het bedrijf Independent Forensic Services (IFS) van oud-NFI-medewerker Richard (en Selma) Eikelenboom, dat in Nunspeet is gevestigd niet. Een politiek spel? Kinnesinne? Of is er niets aan de hand?

    Naast het NFI, het IFS en nu Verilabs, doet ook de Universiteit van Maastricht forensisch onderzoek.

    _______________________________________________

    LGC Forensics biedt bekende en minder bekende diensten die doorgaans gebruikt worden bij forensisch onderzoek. De onderneming is bekend van een aantal geruchtmakende zaken, zoals het onderzoek bij de dood van prinses Diana, de bomaanslagen in Londen en de vergiftiging van ex-KGB’er Litvinenko. De kwaliteit van forensisch DNA-onderzoek bij Verilabs werd al gewaarborgd door de accreditaties van zusterbedrijf BaseClear.

    Zie ook:
    Het NFI behoort tot de wereldtop (Althans dat zegt haar directeur in een interview, er zijn er genoeg die daar heel anders over denken)

    NFI en justitie blunderde in Puttense moordzaak

    Volgens advocaat Geert-Jan Knoops zijn er in de eerdere onderzoeken naar de Puttense moordzaak door politie, justitie en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kapitale blunders gemaakt met forensische sporen waardoor de werkelijke moordenaar van Christel Ambrosius al die jaren vrijuit kon gaan.

    Zo blijkt een deskundige van het NFI pal na de in januari 1994 gepleegde moord in het slipje van Christel een minuscuul bloedvlekje te hebben aangetroffen met dna dat niet van de toen verdachte Du Bois en Viets is.

    Knoops: “Dat is pas gemeld in 2002 en nooit in het dossier gekomen. Toen ik destijds de NFI-deskundige hoorde, verklaarde zij in aantekeningen te hebben gezet het bloedspoortje te hebben gevonden. Jarenlang is dit niet verteld, dat is een grote slordigheid. Het NFI dient alle sporen te melden, belastend of ontlastend.”

    Eerder deze week verklaarde Knoops al dat destijds veel meer sperma op het slachtoffer werd aangetroffen dan de druppel op het rechter bovenbeen waaraan de later met de grond gelijkgemaakte sleeptheorie werd opgehangen. Deze theorie werd gebruikt als bewijsmateriaal tegen Du Bois en Viets.

    Verder blijkt nu dat een technisch rechercheur vlak na de moord in de tuin rond het huis van Christels oma in een tak aan een boom een broekriem aantrof. Knoops: “Pas na heropening van de zaak bleek dat deze rechercheur de riem vier maanden later heeft laten vernietigen.

    Een patholoog-anatoom van het NFI verklaarde dat het zeer wel mogelijk is dat Christel met deze riem is gewurgd.

    Door deze blunder is dus vrijwel zeker een moordwapen met dadersporen verloren gegaan.” Ook met een haar die op de trui van Christel werd aangetroffen werd allesbehalve zorgvuldig omgesprongen. Knoops: “Deze haar is tussen 1994 en 1996 twee keer tussen het NFI en de politie heen en weer getransporteerd zonder deugdelijk te zijn verpakt en verzegeld. Contaminatie met andere sporen kan, zo staat in het rapport, niet worden uitgesloten. Ook dit mogelijke bewijsmateriaal is daardoor destijds vernietigd.”

    Pal voor de vrijspraak van Du Bois en Viets onderzocht het NFI alsnog de spijkerbroek van Christel.

    Knoops: “Aan de binnenzijde aan de achterkant van de broek zijn daarbij greepsporen met dna van Christels broer Bas gevonden. Het gaat om dna dat alleen met kracht op de ruwe stof beland kan zijn en niet doordat Bas de broek bijvoorbeeld aan de waslijn heeft gehangen. Het is niet aan mij om te zeggen dat er nader onderzoek tegen hem zou moeten komen. Maar gezien getuigenverklaringen in het dossier dat Christel en haar broer mogelijk iets met elkaar hadden, lijkt mij dat alleszins op zijn plaats.”

    Pas recent zegt Knoops van een betrouwbare bron binnen justitie te hebben vernomen dat het NFI vlak voor de eindzitting voor het gerechtshof in Leeuwarden in 2002 aan het openbaar ministerie kenbaar heeft gemaakt dat de sleeptheorie niet kon kloppen. Knoops: ” Dit heeft het OM echter nooit aan het hof gemeld. Zelfs nadat Dubois en Viets zijn vrijgelaten heeft toenmalig procureur-generaal De Wijkerslooth gezegd dat vrijspraak niet hetzelfde als onschuld is. Het geeft geen pas dat het OM nu na de aanhouding zo euforisch verkondigd het goed te hebben gedaan. “

    Reactie NFI

    Hoge raad buigt zich over de Deventer Moordzaak: Herziening afgewezen

    De zoveelste finale in de Deventer moordzaak staat voor de deur. Vandaag beslist de Hoge Raad of een van de meest geruchtmakende strafzaken in de Nederlandse rechtsgeschiedenis moet worden heropend. Dat lijkt hoogst onwaarschijnlijk.

    Zelden hebben zo veel magistraten zich zo lang gebogen over een strafzaak. Al jarenlang sleept de Deventer moordzaak zich voort. Het is de thriller van een vasthoudende Maurice de Hond, van een grafsteen op een Deventer dodenakker die wordt gelicht omdat er bewijsmateriaal in de aarde verborgen zou liggen en van een aangeklaagde klusjesman die schadevergoeding van zijn kwelgeest Maurice de Hond eist.

    Eerder dit jaar adviseerde advocaat-generaal A. Machielse de Hoge Raad de zaak tegen de tot 12 jaar cel veroordeelde Louwes niet te heropenen.

    Kernpunt in het debat rond de strafzaak was ditmaal de bewering van de pleitbezorgers van Louwes dat klusjesman Michael de J. repte over de moord op de rijke weduwe Wittenberg op een tijdstip waarop het drama nog niet in de publiciteit was geweest. Conclusie van de aanhangers van Louwes: de klusjesman weet meer van de moord op de vrouw.

    Advocaat-generaal Machielse maakte een paar maanden geleden echter korte metten met deze theorie. Op basis van nieuw onderzoek acht de magistraat het onvoldoende waarschijnlijk dat de klusjesman zijn mededeling over de dood van Wittenberg deed vóór de ontdekking van haar lugubere dood.

    Het lijkt erop dat Maurice de Hond en de zijnen in hun pogingen Ernest Louwes vrij te pleiten, een moelijk gevecht leveren. Het bewijs waarmee het gerechtshof in Den Bosch Louwes in een herzieningsproces in 2004 veroordeelde, is (of lijkt) immers niet mals.

    Bewezen is geacht dat er bloed van Ernest Louwes op de blouse van de vermoorde weduwe is gevonden. Onderzoek zou hebben aangetoond dat dit bloed tijdens een gewelddadige confrontatie op het kledingstuk is beland. Belangwekkend is verder dat er géén bloed van iemand anders op de blouse van het slachtoffer is gevonden. Zeer belastend is verder dat een telefoontje van Louwes met de weduwe is ’opgepikt’ door een zendmast in de nabije omgeving van het huis van de weduwe in Deventer. Kort na dat bewuste telefoontje, op vrijdagavond 24 september 1999, is de vrouw met messteken om het leven gebracht. Met andere woorden: de boekhouder was in Deventer toen Wittenberg werd vermoord.

    Het verweer van Ernest Louwes dat hij die bewuste vrijdagavond niet in Deventer was, maar ergens op de A28 bij ’t Harde reed, achtte het hof in Den Bosch leugenachtig. De verklaring dat het telefoontje van de boekhouder vanaf ’t Harde door bijvoorbeeld atmosferische omstandigheden kan zijn overgewaaid naar de zendmast in Deventer, veegden de rechters van tafel.

    Hoewel het bewijs tegen Louwes nog altijd hard lijkt, betekent dat geenszins dat Justitie in de Deventer moordzaak altijd goed werk heeft geleverd. Zeker niet. Het gerechtshof in Den Bosch had in 2004 vernietigende kritiek op het gerechtshof in Arnhem, dat Louwes ook veroordeelde tot twaalf jaar cel. Het hof in Arnhem beweerde dat een in een portiek gevonden mes het wapen was waarmee Louwes de weduwe om het leven heeft gebracht. De magistraten in Den Bosch maakten in 2004 echter gehakt van dat bewijs. Maar omdat de Bossche rechters nieuw bewijs vonden het bloed van Louwes op de blouse van het slachtoffer- ging Louwes toch nog voor de bijl. De Hoge Raad zal dat vonnis dinsdag vermoedelijk intact laten. Of dat terecht is? Er zijn ook vraagtekens gezet bij het DNA bewijs op de Blouse. Deze is enkele jaren onoordeelkundig bewaard geweest en het lijkt wel erg toevallig dat het bewijs pas na zijn intiële vrijspraak, net voor de nieuwe behandeling van de zaak werd gevonden. Als dat bloed er al zat is het toch raar dat dat eerder niet gevonden werd. Ook lijkt een procesverbaal betreffende de zgn ‘schrijfproef’ vervalst.

    Het herzieningsverzoek werd vandaag afgewezen

    NFI blundert in de zaak Bindi

    De nabestaanden van de vermoorde Ger Bindi (91) hebben steeds minder vertrouwen in het politieonderzoek na de blunder van het Nederlands Forensisch Instituut.
    Een patholoog stelde aanvankelijk de verkeerde doodsoorzaak vast, waardoor de politie op een verkeerd spoor werd gezet.

    Kleindochter Sandra Bindi was verbijsterd toen ze afgelopen weekend hoorde hoe de patholoog en rechercheurs – zonder dat ze het wisten – van mening verschilden over de doodsoorzaak. Pas na twee contra-expertises stelde de patholoog haar conclusie bij en oordeelde dat Bindi niet door een schotwond om het leven was gekomen, maar was dood gestoken.

    Het nieuws komt extra hard aan omdat de familie nota bene onlangs aan de officier van justitie vroeg of er niet opnieuw sporenonderzoek gedaan zou kunnen worden. In juni is het drie jaar geleden dat Bindi om het leven kwam en de familie ziet graag dat de zaak nu eindelijk wordt opgelost. Maar volgens Bindi zag de officier daarvoor geen aanleiding. Het onderzoek zou gedegen zijn uitgevoerd. ,,Het is ongelooflijk dat je dan binnen een week hoort dat er achter de schermen toch vanalles fout is gegaan. Elke keer denk je weer het kan niet erger en dan blijkt het toch te kunnen.

    Het steekt Bindi dat de familie altijd hun best heeft gedaan om mee te werken de zaak op te lossen. De familie loofde bovenop het tipgeld van justitie zelfs twintigduizend euro uit om cruciale informatie binnen te krijgen. De familie beraadt zich nog op hoe nu verder. ,,We gaan zeker actie ondernemen, maar willen nu eerst opheldering van politie en justitie.

    Het is niet de eerste keer dat het verloop van het onderzoek naar de moord in opspraak komt. De dochter en schoonzoon van Ger Bindi werden ten onrechte opgepakt omdat ze zouden zijn betrokken bij haar dood. Justitie moest ze echter vrijlaten en seponeerde later de zaak tegen hen. Het echtpaar kreeg een fors hogere schadevergoeding uitgekeerd dan normaal gebruikelijk. Ook deze familie noemt de manier waarop het NFI onderzoek heeft gedaan naar de doodsoorzaak schokkend en klungelig, zo laten ze via advocaat Tieman weten. ,,Er is kennelijk nog meer geblunderd dan ze al dachten. Bovendien zien ze door de publiciteit nu alles weer als een film aan zich voorbij trekken.

    Nu de gang van zaken bij het NFI aan het licht is gekomen, vragen ze zich volgens Tieman vertwijfeld af of ze wel als verdachte waren aangemerkt als de patholoog beter zijn werk had gedaan. Wat Tieman betreft is hier dan ook het laatste woord nog niet over gezegd. Zeker als de zaak niet wordt opgelost, wordt het volgens hem interessant om te kijken in hoeverre het handelen van het NFI heeft geleid tot het niet oplossen van de zaak.

    Alsnog onderzoek naar NFI blunders in zaak Denise Schouten

    Het Openbaar Ministerie in Breda laat onderzoeken of het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) fouten heeft gemaakt in het onderzoek naar het overlijden van de 21-jarige Denise Schouten uit Tilburg, bijna acht jaar geleden.

    De rijksrecherche richt zich vooral op ‘de gang van zaken bij het aanbieden en verzenden van lichaamsmateriaal en het forensisch onderzoek’, aldus een justitiewoordvoerder woensdag. De advocaat van de familie Schouten deed in juni aangifte van strafbare feiten – waaronder de verwisseling van organen – die gepleegd zouden zijn door medewerkers van het NFI. Zo bleek uit een contra-expertise op verzoek van de familie, dat het hart niet van Denise was, maar toebehoorde aan een (onbekende) man.

    Het restweefsel van enkele andere organen van Denise, die de familie na lang aandringen in 2004 van het NFI kreeg, bleek na dna-onderzoek in Leuven van meerdere mensen te zijn. Het werd zelfs omschreven als ‘een pot tutti frutti’. Volgens justitie was het weefsel vervuild door dna-sporen van de onderzoekers.

    Het OM heeft de politie ook gelast onderzoek te doen naar de omstandigheden rond het overlijden van Denise Schouten op 27 december 1999. Destijds werd na een kort onderzoek en op basis van de sectieresultaten geconcludeerd dat de vrouw niet door een misdrijf om het leven was gekomen. Ze zou zijn gestorven als gevolg van een ontstoken hartspier.

    De ouders hebben dat nooit geloofd. Zij menen dat hun dochter is vermoord. Op de avond van 26 december 1999 kwam Denise ziek en misselijk thuis na een bezoek aan de kroeg. Ze had een glas apfelkorn met 7up gedronken, dat volgens haar muf en vies smaakte.

    Die nacht werd ze steeds zieker en de volgende morgen was ze dood. Haar vader probeerde haar vergeefs te reanimeren en ook in het ziekenhuis konden de doktoren niets uitrichten. ‘Uw kind doet niet meer mee’, kregen de verbijsterde ouders van de arts te horen.

    De ouders vermoeden dat iemand iets in het drankje heeft gedaan, bijvoorbeeld drugs, en dat ze aan de gevolgen daarvan is overleden. Dat zou betekenen dat ze is vermoord. Volgens het OM moet het nieuwe onderzoek van de recherche in Breda naar ‘de gebeurtenissen voorafgaand aan het overlijden van Denise Schouten’ uitwijzen of alsnog een moordonderzoek wordt opgestart.

    In 2004 kwam een gedetineerde met de bekentenis dat hij in 1999 Denise had vermoord. Hij zei dat hij de partydrug ghb in haar drankje had gedaan. Later bleek dat de 29-jarige man uit Haarlem, die verbleef op de psychiatrische afdeling van een penitentiaire inrichting, dat verhaal had verzonnen.

    Vooral Hanny Schouten, de moeder van Denise, heeft zich vastgebeten in de vraag naar de precieze doodsoorzaak. In haar zoektocht stuitte ze op diverse onregelmatigheden, met name bij het sectieonderzoek van het NFI. Ze kreeg alleen de pagina uit het rapport te lezen waarin wordt gerept van een ontstoken hartspier.

    Haar advocaat verzocht het NFI nadrukkelijk de organen van Denise na het onderzoek niet te vernietigen, zoals gebruikelijk is. Later bleek dat het NFI dat toch had gedaan, op het hart na. Uit onderzoek in Maastricht bleek vervolgens dat de kransslagaders van dat hart waren verkalkt.

    Frappant, want Denise was een jonge vrouw. Uit een dna-onderzoek in Leiden werd duidelijk dat het hart van een oudere man was. Vermoedelijk zijn de harten verwisseld, binnen of buiten het NFI.

    Het NFI wilde woensdag niet reageren. ‘We zijn onderwerp van onderzoek door de rijksrecherche. Zolang dat het geval is, kunnen we inhoudelijk geen reactie geven’, aldus een woordvoerder .

    Toen in 2004 ook nog eens in restweefsel van andere organen dna-sporen van zes andere personen werden gevonden, besloot de familie een schadeclaim in te dienen van 1 miljoen euro wegens grove nalatigheid.

    Vorige maand ontkende het ministerie van Justitie dat aan de moeder van Denise een aanbod is gedaan een schadevergoeding te betalen van 25 duizend euro.

    Volgens het ministerie heeft in juni 2006 op het departement wel een gesprek plaatsgevonden met de ouders. ‘Naar aanleiding van dat gesprek is door de toenmalige raadsman een schikkingsvoorstel gedaan, dat is afgewezen’, aldus de minister op Kamervragen.

    Nuenense arts onschuldig aan moord/doodslag

    Update 14 nov. 2011: zie ook de brief van de overleden Bebe Pana

    ’s-Hertogenbosch-Edwin ten Winkel, de echtgenoot van Bebe Paña ten Winkel is niet schuldig bevonden door het Gerechtshof in Den Bosch. Edwin ten Winkel was gearresteerd in Januari 2005 op verdenking van moord en was in Juni 2006 veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf voor dooslag op zijn vrouw Bebe Paña.
    Ten Winkel heeft altijd zijn onschuld volgehouden en verklaarde dat zijn ernstig depressieve vrouw zelfmoord had gepleegd.
     
    Gedurende het hoger beroep in de zaak, dat diende van 21-23 maart 2007, toonde de verdediging aan dat de door het NFI beschreven breuk in het strottenhoofd simpelweg niet bestond.

    Tijdens het 1e proces in 2006, beschreef Dr. de Bakker van het Groene Hart ziekenuis dat er op de Röntgenfoto’s gemaakt bij de sectie, een lijntje te zien was aan de rechterkant van het kraakbeen van het strottenhoofd. Hoewel er destijds geen 100% zekerheid was dat dit een breuk betrof, gaf de Bakker aan dat hij ‘niet wist wat het anders kon zijn’ en verklaarde Dr. Bela Kubat van het NFI dat dit welhaast van een wurghandeling moest komen. Ondanks deze twijfel greep de rechtbank deze bewering destijds met beide handen aan om de arts tot 12 jaar gevangenisstraf te veroordelen. Zij negeerde daarmee de contra expertise van Professor Werner Jacobs, die getuigde dat als het al een breuk was, deze heel goed na de dood ontstaan kon zijn. (een zogeheten “Mortician’s fracture”)

    Bewijsvoering en getuigen-deskundigen

    professor Milroy

    Tijdens het hoger beroep werd ten Winkel bijgestaan door getuigen deskundigen van de Universiteit van Maastricht (Prof. dr van Engelshoven en Dr. De Bondt, Röntgenologen), een hoogleraar forensische pathologie van de Universiteit van Antwerpen (Prof. Werner Jacobs) en een Forensisch patholoog van Scotland Yard (Prof. Milroy). Opmerkelijk was dat deze laatste 2 getuigen deskundigen (prof. Jacobs en prof. Milroy) in eigen land juist vaak door de aanklager worden ingeschakeld. Prof. Milroy (foto) is zelfs één van de meest toonaangevende forensisch pathologen ter wereld.
    In een duidelijk en helder betoog, toonde de Maastrichtse röntgenoloog de Bondt aan dat het ‘lijntje’ dat gezien was op de röntgenfoto van de hals van Paña geen breuk was, maar een zgn ’embryonaal fusielijntje’, een overblijfsel uit de normale embryologische ontwikkeling van de mens. Paña bleek dit lijntje ook aan de linkerzijde te hebben, een feit dat gemist was door het onderzoek van het NFI. Ter controle had de röntgenoloog ook nog de röntgenfoto’s van laatste 200 patienten die hun kliniek hadden bezocht en waarbij foto’s van de hals waren gemaakt, onderzocht. Ook daar bleken deze lijntjes te zien bij ca 13% van de (in leven zijnde) mensen.

    De Bakker:
    “het licht is hier slecht”
    dr. De Bakker, Groene Hart Ziekenhuis

    Geconfronteerd met deze feiten bleek dr Bakker een slecht verliezer, mogelijk omdat zijn vrouw in de zaal zat. Tegen beter weten in bleef hij tegensputteren en gaf aan dat ‘in de rechtszaal de lichtomstandigheden om de foto te bekijken’ niet optimaal waren. Desondanks bleken de rechters zelf, voor het eerst geconfronteerd met de foto’s, geen moeite te hebben met het kunnen zien dat er geen breuk was. Het was dan ook ontluisterend te moeten zien dat een van de raadsheren op een gegeven moment de röntgenfoto omhoog houdend, dr. de Bakker aanwees: “kijk er zit geen breuk”. Eerder ook had dr. de Bakker al blijk gegeven de menselijke embryologie (2e jaars stof voor medische studenten) niet te kennen.

    Ontluisterend was ook dat op de eerste dag van het proces, dr Bela Kubat van het NFI voor de rechtbank nog een totaal andere plek aangaf waar de ‘breuk’ zich zou bevinden dan waar dr. de Bakker aangaf dat deze zich bevond, hetgeen de voorzitter van het gerechtshof deed verklaren: “wacht even, dit is toch wel een totaal ander verhaal dan wat we gisteren hebben gehoord”. Klaarblijkelijk toch grote communicatieproblemen tussen de beide experts.

    Kubat: “Slechts een ‘persoonlijke theorie’”

    Ook zgn. “ondersteunend bewijs” werd door de getuigen deskundigen uit Antwerpen en van Scotland Yard naar de prullenbak verwezen. Schoorvoetend moest Bela Kubat van het NFI toegeven dat een en ander slechts een ‘persoonlijke theorie’ was: Er was niet daadwerkelijk bloedstuwing gezien in het hoofd van Paña. Er bleek slechts een subjectief verschil in intensiteit van een op twee verschillende plekken aangebrachte kleurstof; iets wat bloedstuwing net zo min bewijst als dat het uitsluit en als er al bloedstuwing was, was dat ook niet bewijzend voor een wurghandeling. Prof. Milroy verklaarde dan ook dat in ieder geval in het Verenigd Koninkrijk, geen patholoog, al dan niet met naam en faam bekend, het ook maar in zijn hoofd zou halen deze conclusie te trekken, omdat er vele andere oorzaken waren die genoemde verschijnselen konden verklaren.

    Requisitoir
    In het requisitoir, moest ook de advocaat generaal Kolkert toegeven dat er inderdaad geen breuk in het strottenhoofd van Paña was. Desondanks betoogde de AG dat ten Winkel ‘het wel gedaan moest hebben’. De advocaat generaal trachtte hierbij ook het Pieter Baan onderzoek te bagatelliseren. Dit onderzoek had namelijk – bij herhaling- aangetoond dat ten Winkel een niet aggressief karakter had en conflicten vermeed. Volgens de AG had hij zelf een beter inzicht in de zaak, omdat hij ‘het dossier kende’. Gemakshalve ging de AG voorbij aan de feiten, namelijk dat ook de deskundigen van het Pieter Baan Centrum het hele dossier hadden én ten Winkel 7 weken hadden geobserveerd én op verzoek van het OM nog een herhaald onderzoek hadden gedaan toen het eerste onderzoek gunstig uitviel voor ten Winkel. Dit terwijl de AG zelfs ten Winkel nog nooit had gesproken.

    Prof. Werner Jacobs
    Werner Jacobs

    Pleidooi
    In zijn pleidooi wees Advocaat Gerard Spong nogmaals op de feiten: Er was nooit een reden aangetoond waarom ten Winkel zijn vrouw omgebracht zou hebben. Hun huwelijk werd ook door Paña zelf als goed omschreven. Paña zelf had een afscheidsbrief geschreven waarin zij haar zelfmoordplannen aangaf en ten Winkel prees als een ‘wonderful, wonderful husband’. Getuigen die haar reeds lang kenden hadden ook aangegeven dat zij zwaar depressief was en neiging tot suicide had. Hij vroeg dan ook vrijspraak. Ook wees Spong er nog op dat een door het OM zelf ingeschakelde forensisch psycholoog (prof. Van Koppen) had verklaard dat er significante verschillen bestonden tussen de verhoren op video en wat daar uiteindelijk van in het procesverbaal was terechtgekomen.

    Uitspraak
    Geconfronteerd met deze feiten had de rechtbank niet lang nodig om haar oordeel te vellen: waar er gewoonlijk vonnis gewezen wordt twee weken na de zitting, werd ten Winkel twee dagen na de zitting al in vrijheid gesteld, in afwachting van het definitieve vonnis twee weken later waarin hij werd vrijgesproken van moord en doodslag. Het Hof stelde dat er inderdaad geen breuk van het halsskelet was, maar zelfs als deze breuk er wél geweest zou zijn, dat dit geen bewijs voor doodslag van Paña door ten Winkel geweest zou zijn.
    Ten Winkel is weer verenigd met de 6 jarige zoon van het echtpaar, die hij in zijn 27 maanden gevangenschap slechts een paar keer had kunnen zien. Hij werd gefeliciteerd door zijn schoonfamilie (dus de familie van het vermeende ‘slachtoffer’).
    Raadsman Gerard Spong vergeleek de zaak met het justitiële debacle in de Schiedammer Parkmoord.

    Update 25-11-08 Het eindhovens dagblad publiceerde een artikel waaruit zou blijken dat de man spoorloos was en dat daarom voorlopig de tegen hem ingestelde cassatie niet door kon gaan. Deze info berustte op foutieve informatie van het OM dat kennelijk al lang naar de man op zoek is. De man is echter gewoon thuis en staat ingeschreven bij de Gemeentelijke BasisAdministratie. Minpuntje voor het OM als je niet eens iemand kunt vinden die gewoon thuis is.

    Update 13 april 2010 De Hoge Raad heeft de vrijspraak van de man bevestigd. Daarmee is de vrijspraak definitief en onherroepelijk.De Hoge Raad volgt hiermee het advies van Advocaat Generaal Vellinga.

    Keywords: Bebe Paña, Nuenen, NFI, Scotland Yard, Milroy, Kubat, zelfmoord, Badian, Spong, ten winkel, de Bondt, van Engelshoven