Straffen tot 12 jaar in martelmoord Pernis

De rechtbank in Rotterdam heeft dinsdag twee mannen en een vrouw veroordeeld tot celstraffen variërend van 4 tot 12 jaar.

De rechter acht de drie schuldig aan de gewelddadige dood van de 28-jarige Rotterdammer Björn Jue die in juni urenlang werd geschopt en geslagen tot de dood erop volgde. if (typeof(dartarguments6)!=’undefined’) { if (typeof(et_ord)==’undefined’) et_ord=Math.floor(Math.random()*10000000000000000); if (typeof(et_tile)==’undefined’) et_tile=1; document.write(”); }

Hoofdverdachte Walter A. kreeg twaalf jaar cel, Jeffrey van S. moet acht jaar de cel in. Tegen medeplichtige Marian D. vonniste de rechter vier jaar.

De fatale mishandeling had plaats de woning van A. in Pernis. De zaak veroorzaakte mede ophef omdat op het moment van het geweld de politie voor de deur stond. Die was afgekomen op meldingen van buren van A., maar trad niet direct op.

De raadslieden van de veroordeelden hadden tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak bepleit de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. Zij wilden het onderzoek van de rijksrecherche naar de rol van de politie betrekken bij de rechtszaak.

De rechtbank wees het verweer af. “Het letsel dat is toegebracht aan het slachtoffer is niet veroorzaakt door het niet-tijdig ingrijpen van de politie, maar door de verdachten”, aldus de rechtbank.

De rechters noemden het geweld schokkend. Ze waren vooral geschokt door de meedogenloosheid waarmee Jue is mishandeld. Jue is zeker een kwartier lang geschopt en geslagen, waarbij vooral zijn hoofd het moest ontgelden.

“Alle drie dachten alleen aan het geld en hebben zich niet bekommerd om het slachtoffer”, aldus het vonnis.

De twee mannen werden veroordeeld voor doodslag en vrijheidsberoving. De vrouw is schuldig aan medeplichtigheid aan de beroving, maar was in de bewuste nacht niet aanwezig bij de mishandeling.

Justitie eiste twee weken geleden veertien jaar cel voor A, acht jaar voor Van S. en en vier jaar voor D.

Dit vonnis vindt ik onbegrijpelijk laag. Het gaat om een gruwelijke manier van doodslag, waarbij ook de rechters het geweld ‘schokkend’ vinden. Een van de verdachten krijgt daarvoor 12 jaar en de ander 8. Je vraagt je af wat je dan wel niet moet doen om de maximumstraf van 15 jaar te krijgen. Verdachten hebben zich ook nog schuldig gemaakt aan vrijheidsberoving en in feite gijzeling, waarop sowieso al 15 jaar staat en als het de dood tengevolge heeft 30 jaar dan wel levenslang.

“Artikel 282a
Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt met het oogmerk een ander te dwingen iets te doen of niet te doen wordt als schuldig aan gijzeling gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

Indien het feit de dood ten gevolge heeft wordt hij gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.”

Het is voorts ook onbegrijpelijk dat de rechtbank moord niet bewezen vond. De marteling heeft lange tijd aangehouden. Verdachten hebben lang de tijd gehad om na te denken en tot inkeer te komen. Zij moeten ook gezien hebben dat de toestand van hun slachtoffer verergerde.

In Hoger Beroep kregen de verdachten uiteindelijk 12, 10 en 5 jaar.

Advertisements